Het recente bericht van Gasunie dat Nederland de beoogde vuldoelstelling van 115 TWh voor deze winter niet meer haalt, onderstreept het belang van structurele alternatieven voor aardgas. Datacenterwarmte (Datathermie) kan bijdragen om de behoefte aan aardgas te verkleinen op langere termijn. Om gemeenten, warmtebedrijven, projectontwikkelaars en datacenters te ondersteunen om dit te bewerkstelligen, komt de Dutch Data Center Association (DDA) vandaag met het rapport ‘A Guide to Datathermics’.
Waarom moet hier nu actie op ondernomen worden?
Gasunie benadrukt dat het niet behalen van de vuldoelstelling niet automatisch betekent dat er deze winter onvoldoende gas beschikbaar is of dat de leveringszekerheid in gevaar komt. Wel is Nederland volgens Gasunie zonder aanvullende maatregelen onvoldoende voorbereid op een scenario waarin ons land te maken krijgt met een zeer strenge winter. De vuldoelstelling van Gasunie is om genoeg aardgas in opslag te hebben om de strengste winter van de afgelopen 30 jaar te kunnen doorstaan.
Deze ontwikkeling is een duidelijk signaal dat Nederland dringend moet gaan kijken naar alternatieve, aanvullende warmtebronnen. Gemeenten moeten uiterlijk 31 december 2027 een warmteprogramma vaststellen. Daarin beschrijven zij hoe wijken en gebouwen stapsgewijs overstappen van aardgas op andere warmtebronnen. DDA roept gemeenten op om beschikbare datacenterwarmte expliciet in deze programma’s in kaart te brengen en lokale datacenters, warmtebedrijven, netbeheerders en mogelijke afnemers vroegtijdig bij elkaar te brengen. Wanneer partijen pas met elkaar in gesprek gaan nadat keuzes over infrastructuur en gebiedsontwikkeling al zijn gemaakt, kunnen kansrijke warmtebronnen buiten beeld blijven.
Datathermie: lokale warmte die er al is
Datacenterwarmte (Datathermie) kan lokaal bijdragen aan het verminderen van het aardgasgebruik. De warmte die vrijkomt bij het koelen van servers kan via warmtewisselaars en warmtepompen geschikt worden gemaakt voor woningen, kantoren, onderwijsinstellingen en glastuinbouw. Het afgekoelde retourwater kan vervolgens opnieuw worden gebruikt voor de koeling van het datacenter. Zo kan datathermie zowel warmte als energie efficiënter benutten.
“Het bericht van Gasunie maakt duidelijk dat we niet alleen naar de komende winter moeten kijken, maar ook structureel moeten werken aan een lagere afhankelijkheid van aardgas. Voor de komende winter is datathermie nog geen oplossing voor de lage gasopslagniveaus. Maar warmte die we lokaal benutten, hoeven we in volgende winters niet uitsluitend met aardgas op te wekken. Een deel van de benodigde warmte is er al; nu moeten gemeenten, warmtebedrijven en datacenters samen zorgen dat de daarvoor benodigde infrastructuur volgt”, zegt Stijn Grove, Managing Director, Dutch Data Center Association
Van beschikbare warmte naar een werkend warmtesysteem
In de praktijk is niet de beschikbaarheid van warmte de grootste belemmering. De uitdaging zit vooral in de verbinding tussen de warmtebron en de afnemer. Daarvoor zijn een passend warmtenet, een langdurige en stabiele warmtevraag, heldere verantwoordelijkheden en een sluitende businesscase nodig.
Dat vraagt om samenwerking vanaf het begin. Gemeenten moeten weten waar warmte beschikbaar is en waar deze kan worden gebruikt. Warmtebedrijven en projectontwikkelaars moeten kansrijke locaties technisch en economisch onderzoeken. Datacenters kunnen duidelijkheid geven over hun warmteprofiel, continuïteit en voorwaarden voor levering.
Nederlandse projecten laten zien dat het kan
Verschillende projecten laten al zien dat datathermie technisch en operationeel uitvoerbaar is. In Groningen gebruikt WarmteStad sinds 2022 restwarmte van datacenter QTS voor zijn warmtenet. Warmtepompen brengen de warmte daar op de juiste temperatuur om woningen en gebouwen te verwarmen.
In Rotterdam gebruikt Smartdc de warmte van zijn datacenter voor de verwarming van meer dan honderd kantoren in de Van Nelle Fabriek. Volgens Smartdc kan het project circa 800.000 kubieke meter aardgas per jaar besparen – 80 procent van het jaarlijkse verbruik van de Van Nelle Fabriek.
Denemarken laat zien wat infrastructuur mogelijk maakt
Ook buiten Nederland zijn voorbeelden op grotere schaal te vinden. In Denemarken levert restwarmte van het datacenter van Meta via het bestaande warmtenet van Fjernvarme Fyn inmiddels warmte aan circa 11.000 huishoudens in de stad Odense.
Het Deense voorbeeld laat vooral zien dat schaal ontstaat wanneer de warmtebron, warmtepomp en het warmtenet als één systeem worden ontwikkeld. Voor Nederland is dat de relevante les: beschikbare warmte wordt pas een bruikbare energiebron als de lokale infrastructuur en samenwerking tijdig worden georganiseerd.
Praktische gids voor nieuwe warmteprojecten
‘A Guide to Datathermics’ helpt gemeenten, warmtebedrijven, projectontwikkelaars en datacenters om beschikbare restwarmte te vertalen naar een uitvoerbaar warmteproject. De gids behandelt onder meer warmtekwaliteit, afstand en infrastructuur, warmtepompen, contracten, verantwoordelijkheden, financiering en bestaande praktijkvoorbeelden.
DDA brengt partijen desgewenst in contact met Nederlandse projecten en experts. De centrale boodschap van de gids is realistisch: datathermie is geen snelle oplossing voor de gasvoorraad van deze winter, maar kan met tijdige keuzes wel bijdragen aan minder aardgasgebruik in veel winters daarna.
Het rapport ‘A Guide to Datathermics’ is hier te downloaden: https://www.dutchdatacenters.nl/publicaties/a‑guide-to-datathermics-nl/.

0 Reacties