Europa investeert miljarden in nieuwe AI-datacenters, supercomputers en cloudinfrastructuur. Maar de processors die in deze systemen worden gebruikt, zijn nog vrijwel volledig afkomstig van niet-Europese chipontwerpers. Vijf Europese halfgeleiderbedrijven willen daar verandering in brengen. Met de oprichting van de European Fabless Semiconductor Association proberen zij niet alleen de Europese chipindustrie te versterken, maar ook een groter aandeel te verwerven in de snelgroeiende markt voor datacenterprocessors en AI-accelerators.
De nieuwe brancheorganisatie werd op 4 november in Brussel gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van de European Alliance of Processor and Semiconductors Technology (ALLPROs). De oprichters zijn Axelera AI, Quside, Semidynamics, SiPearl en VSORA. De officiële aankondiging vond plaats in aanwezigheid van Henna Virkkunen, uitvoerend vicevoorzitter van de Europese Commissie en verantwoordelijk voor technologische soevereiniteit, veiligheid en democratie.

De organisatie staat voorlopig onder leiding van Paul de Bot, die jarenlang werkzaam was bij de Taiwanese chipfabrikant TSMC en onder meer verantwoordelijk was voor de Europese activiteiten van het bedrijf. Philippe Notton, oprichter en CEO van SiPearl, is benoemd tot voorzitter van het bestuur.
Datacentermarkt wordt gedomineerd door fabless chipbedrijven
De oprichting komt op een moment waarop de markt voor datacenterhardware ingrijpend verandert. De opkomst van generatieve AI leidt tot een snelgroeiende vraag naar gespecialiseerde processors, AI-accelerators en complete rekensystemen. Tegelijkertijd worden energieverbruik, geheugenbandbreedte en de hoeveelheid rekenkracht per rack steeds belangrijker voor de exploitatie van datacenters.
Juist in dit marktsegment spelen zogenoemde fabless chipbedrijven een dominante rol. Dit zijn ondernemingen die zelf processors en andere halfgeleiders ontwerpen, maar de daadwerkelijke productie uitbesteden aan gespecialiseerde fabrikanten, zoals TSMC.
Doordat deze bedrijven niet zelf hoeven te investeren in extreem kostbare chipfabrieken, kunnen zij hun middelen concentreren op het ontwikkelen van nieuwe processorarchitecturen en gespecialiseerde oplossingen. Dat maakt het mogelijk om relatief snel nieuwe chips op de markt te brengen.
Volgens de initiatiefnemers vertegenwoordigen fabless ondernemingen inmiddels meer dan 60 procent van de wereldwijde halfgeleidermarkt, wanneer geheugenchips buiten beschouwing worden gelaten. Vooral het snelgroeiende segment voor geavanceerde datacenterprocessors wordt door dergelijke ondernemingen gedomineerd.
Europa speelt hierin echter nog nauwelijks een rol. Volgens de nieuwe brancheorganisatie is het Europese aandeel in de wereldwijde fabless markt kleiner dan één procent.
Europese datacenters gebruiken vooral niet-Europese processors
Die achterstand is opmerkelijk, omdat Europa tegelijkertijd grote bedragen investeert in digitale infrastructuur. Nieuwe AI-fabrieken, supercomputers en soevereine cloudomgevingen moeten ervoor zorgen dat Europese bedrijven en overheden minder afhankelijk worden van buitenlandse technologie.
Maar de hardware waarop deze infrastructuur draait, is nog grotendeels afkomstig van leveranciers buiten Europa. Dat geldt vooral voor de geavanceerde processors en accelerators die nodig zijn om grote AI-modellen te trainen en te gebruiken.
Volgens Fabrizio Del Maffeo, medeoprichter en CEO van het in Eindhoven gevestigde Axelera AI, is dat een belangrijk aandachtspunt. Hij stelt dat Europa inmiddels over chipbedrijven beschikt die technologisch kunnen concurreren met internationale marktleiders, maar dat deze ondernemingen onvoldoende profiteren van de investeringen in Europese digitale infrastructuur.
“Technologische soevereiniteit is geen bedrijfsmodel”, stelt Del Maffeo. Volgens hem zijn niet alleen onderzoeksprogramma’s en subsidies nodig, maar vooral klanten die bereid zijn Europese chiptechnologie daadwerkelijk toe te passen.
Hij wijst erop dat de Verenigde Staten hun halfgeleiderindustrie mede hebben opgebouwd doordat Amerikaanse organisaties bereid waren nieuwe, nog niet volledig bewezen technologie af te nemen. Europa zou volgens hem een vergelijkbare aanpak moeten volgen.
Dat betekent bijvoorbeeld dat Europese AI-fabrieken, cloudproviders en exploitanten van datacenters nadrukkelijker zouden kunnen onderzoeken of Europese processors en accelerators een alternatief vormen voor de momenteel dominante oplossingen.
Europese bedrijven ontwikkelen al chips voor datacenters
De vijf oprichters van de nieuwe vereniging laten zien dat er inmiddels verschillende Europese initiatieven bestaan die rechtstreeks relevant zijn voor de datacentersector.
Het Nederlandse Axelera AI ontwikkelt energiezuinige processors voor AI-inferentie. Hierbij gaat het om het uitvoeren van AI-modellen nadat deze zijn getraind. Het bedrijf combineert onder meer digitale in-memory computing met de open processorarchitectuur RISC‑V. De technologie is bedoeld voor toepassingen aan de rand van het netwerk, maar ook voor gebruik in datacenters.
Het Spaanse Semidynamics werkt eveneens aan AI-infrastructuur, maar richt zich vooral op een van de belangrijkste technische beperkingen van moderne AI-systemen: het voortdurend verplaatsen van grote hoeveelheden gegevens tussen processors en geheugen.
Het bedrijf ontwikkelt een eigen RISC-V-architectuur en complete systemen op rackniveau. Door meer geheugencapaciteit beschikbaar te maken, wil Semidynamics grotere AI-modellen en langere contextvensters ondersteunen, terwijl tegelijkertijd de kosten per verwerkte AI-token worden verlaagd.
Het Franse VSORA richt zich met zijn Jotunn8-processor eveneens op AI-inferentie in datacenters. Het ontwerp is specifiek gericht op het verminderen van de beperkingen die ontstaan door onvoldoende geheugenbandbreedte. Daarmee wil het bedrijf AI-toepassingen mogelijk maken met een lager energieverbruik en lagere infrastructuurkosten.
Een andere oprichter, SiPearl, ontwikkelt krachtige en energiezuinige CPU’s voor high-performance computing, AI en datacenters. De eerste processor van het bedrijf, Rhea1, is bestemd voor de Europese exascale-supercomputer JUPITER.
Het Spaanse Quside richt zich op een ander onderdeel van digitale infrastructuur, namelijk cryptografische beveiliging. Het bedrijf ontwikkelt onder meer technologie voor quantumrandomness en verificatie van willekeurige getallen. Deze technologie is relevant voor beveiligde cloudomgevingen en andere kritieke digitale systemen.
Energieverbruik en rackdichtheid
Voor datacenterexploitanten zijn deze ontwikkelingen niet uitsluitend interessant vanuit het perspectief van Europese technologische soevereiniteit. De nieuwe generatie gespecialiseerde processors kan ook invloed hebben op de manier waarop datacenters worden ingericht en geëxploiteerd.
AI-infrastructuur stelt steeds hogere eisen aan het beschikbare elektrische vermogen, de koeling en de fysieke inrichting van datacenterruimte. Vooral bij grootschalige AI-inferentie wordt de verhouding tussen rekenprestaties en energieverbruik een belangrijke factor.
Verschillende Europese chipontwerpers richten zich daarom op het efficiënter verwerken van AI-workloads. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het beperken van dataverplaatsingen tussen geheugen en processors, het vergroten van de beschikbare geheugencapaciteit en het verminderen van het energieverbruik per uitgevoerde berekening.
Voor datacentermanagers kan dit op termijn gevolgen hebben voor de vermogensdichtheid per rack, de benodigde koelcapaciteit en de hoeveelheid AI-rekenkracht die binnen een bestaande elektrische infrastructuur kan worden ondergebracht.
Of Europese oplossingen daarin daadwerkelijk concurrerend zijn met bestaande platforms, zal in de praktijk moeten blijken. Daarbij spelen niet alleen de prestaties van de chips een rol, maar ook de beschikbaarheid van complete serversystemen, softwareondersteuning en de mogelijkheid om deze technologie op grote schaal te implementeren.
Grotere toegang tot kapitaal en klanten
De European Fabless Semiconductor Association wil de groei van Europese chipontwerpers op verschillende manieren ondersteunen.
Een belangrijke doelstelling is het verbeteren van de toegang tot investeerders en klanten. Vooral kleinere chipbedrijven hebben vaak moeite om voldoende groeikapitaal aan te trekken en toegang te krijgen tot grote afnemers van halfgeleidertechnologie.
Daarnaast wil de vereniging namens haar leden optreden tegenover Europese instellingen en beleidsmakers. Ook wordt gewerkt aan een gezamenlijk informatieplatform voor Europese financieringsprogramma’s, marktontwikkelingen en technologische ontwikkelingen.
Een vierde activiteit betreft het organiseren van gezamenlijke diensten. Daarbij wordt onder meer gedacht aan collectieve licenties voor Electronic Design Automation-software (EDA), waarmee chips worden ontworpen. Deze gespecialiseerde software vormt voor kleinere ondernemingen vaak een aanzienlijke kostenpost.
De vereniging wil binnen drie jaar meer dan vijftig Europese fabless bedrijven verenigen. De oprichting wordt ondersteund vanuit het Europese Horizon Europe-project VOICES.
Digitale soevereiniteit begint ook bij de hardware
Volgens Henna Virkkunen beschikt Europa over uitstekende onderzoeksinstellingen en veel kennis op het gebied van halfgeleiders, maar lukt het nog onvoldoende om deze kennis om te zetten in internationaal succesvolle ondernemingen. Een sterker Europees ecosysteem voor chipontwerp moet daar verandering in brengen.
Voor de Europese datacentersector is deze ontwikkeling relevant omdat de discussie over digitale soevereiniteit tot nu toe vooral draait om de locatie waar data worden opgeslagen, de juridische zeggenschap over cloudomgevingen en de herkomst van software.
De oprichting van de nieuwe brancheorganisatie onderstreept dat technologische afhankelijkheid ook een hardwarecomponent heeft. Een datacenter kan volledig op Europese bodem staan en door een Europese onderneming worden geëxploiteerd, terwijl vrijwel alle kritieke processors en accelerators afkomstig zijn van Amerikaanse chipontwerpers.
Daar staat tegenover dat ook Europese fabless bedrijven voor de daadwerkelijke fabricage van hun chips vaak afhankelijk blijven van niet-Europese foundries. Een Europees chipontwerp betekent dus niet automatisch een volledig Europese productieketen.
Toch kan een sterker Europees aanbod van processors en AI-accelerators de keuzemogelijkheden voor datacenterexploitanten vergroten. Zeker nu de vraag naar AI-rekenkracht groeit en het energieverbruik van de onderliggende infrastructuur een steeds belangrijker aandachtspunt wordt, kan de ontwikkeling van alternatieve chiparchitecturen interessant zijn.
De nieuwe European Fabless Semiconductor Association wil ervoor zorgen dat Europese bedrijven een groter aandeel krijgen in deze markt. De belangrijkste uitdaging ligt daarbij niet alleen in het ontwerpen van concurrerende chips, maar vooral in het overtuigen van datacenteroperators, serverfabrikanten, cloudproviders en andere grote afnemers om deze technologie daadwerkelijk te gebruiken.
Meer informatie: https://www.voices4semi.eu/

0 Reacties