29 oktober 2026

0 Reactie(s)

29 oktober 2026

AI zorgt voor comeback van tape: Fujifilm vervijfvoudigt productiecapaciteit

De enorme groei van AI zorgt voor een opmer­ke­lijke ontwik­ke­ling in de opslag­markt. Magne­ti­sche tape, een techno­logie die al tientallen jaren bestaat, wordt opnieuw aantrek­ke­lijk voor datacen­ters. De Japanse fabri­kant Fujifilm gaat zijn produc­tie­ca­pa­ci­teit voor tapeop­slag zelfs vervijf­vou­digen. Voor datacen­ter­ma­na­gers kan dit betekenen dat tape libra­ries de komende jaren een belang­rij­kere plaats krijgen in hun infra­struc­tuur. Niet als vervan­ging van snelle SSD’s en harde schijven, maar als een energie­zui­nige en relatief goedkope oplos­sing voor de steeds grotere hoeveel­heden data die langdurig bewaard moeten worden.

Fujifilm inves­teert de komende jaren 10 miljard yen, omgere­kend ongeveer 63 miljoen dollar, in de uitbrei­ding van zijn fabriek in Odawara, vlak bij Tokio. Volgens de Japanse zaken­krant Nikkei Asia gaat het om de grootste inves­te­ring van het bedrijf in de productie van magne­ti­sche tape in ongeveer twintig jaar. De uitbrei­ding moet uiter­lijk in het Japanse boekjaar 2028 zijn gerea­li­seerd en richt zich vooral op geavan­ceerde tapes met een opslag­ca­pa­ci­teit tot 100 terabyte.

Dat een fabri­kant zo fors inves­teert in een opslag­tech­no­logie die al sinds de vorige eeuw bestaat, lijkt op het eerste gezicht opmer­ke­lijk. Toch past de beslis­sing in een bredere ontwik­ke­ling. AI zorgt niet alleen voor een enorme vraag naar reken­kracht, maar ook naar opslag­ca­pa­ci­teit. En lang niet alle data die AI-systemen genereren of gebruiken, hoeven voort­du­rend en met hoge snelheid beschik­baar te zijn.

Explosieve groei van data

De cijfers laten zien hoe groot de uitda­ging wordt. Volgens een prognose van onder­zoeks­bu­reau IDC, aange­haald door Nikkei Asia, zal de wereld­wijde datapro­ductie in 2030 oplopen tot 718 zetta­byte. Dat is ongeveer vier keer zoveel als in 2024. Eén zetta­byte staat gelijk aan een miljard terabyte.

AI speelt een belang­rijke rol bij deze ontwik­ke­ling. Voor het trainen van AI-modellen worden enorme hoeveel­heden infor­matie verza­meld, verwerkt en opgeslagen. Denk aan tekst­be­standen, afbeel­dingen, video­ma­te­riaal, weten­schap­pe­lijke datasets en machi­ne­ge­ge­vens. Daarnaast produ­ceren AI-toepas­singen zelf steeds meer data, bijvoor­beeld in de vorm van gegene­reerde content, logbe­standen en resul­taten van analyses.

Een deel van die infor­matie moet direct beschik­baar zijn. Tijdens het trainen van AI-modellen zijn hoge doorvoer­snel­heden en snelle toegang tot datasets essen­tieel. Daarvoor blijven snelle SSD-systemen en andere krach­tige opslag­ar­chi­tec­turen noodzakelijk.

Maar zodra een trainings­ronde is afgerond, veran­dert de situatie. De oorspron­ke­lijke datasets, eerdere versies van modellen en resul­taten van experi­menten kunnen nog jaren­lang waardevol zijn, zonder dat ze dagelijks geraad­pleegd worden. Het perma­nent online houden van al die gegevens op kostbare opslag­sys­temen is dan niet altijd econo­misch verant­woord. Daar komt tape opnieuw in beeld.

Niet alle data hoeven online te blijven

Binnen datacen­ters wordt tradi­ti­o­neel onder­scheid gemaakt tussen verschil­lende opslag­ca­te­go­rieën. Veelge­bruikte data staan op snelle systemen, terwijl minder frequent geraad­pleegde infor­matie naar goedko­pere opslag wordt verplaatst. Voor gegevens die slechts inciden­teel nodig zijn, wordt vaak gesproken van cold storage.

Magne­ti­sche tape is bij uitstek geschikt voor deze laatste categorie. Het opslag­me­dium biedt een hoge capaci­teit en relatief lage kosten per opgeslagen terabyte. Boven­dien verbruiken tapes die niet actief worden gelezen of beschreven zelf geen elektriciteit.

Volgens Nikkei Asia kunnen de kosten van opslag op tape in bepaalde situa­ties zelfs dalen tot een kwart van de kosten van opslag op harde schijven. Daarbij speelt ook mee dat de prijzen van zowel SSD’s als HDD’s onder druk staan door de snel groei­ende vraag vanuit datacenters.

Dat betekent overi­gens niet dat tape in alle omstan­dig­heden vier keer goedkoper is. De uitein­de­lijke kosten zijn afhan­ke­lijk van onder meer de hoeveel­heid opgeslagen data, de bewaar­ter­mijn, de benodigde appara­tuur en de frequentie waarmee gegevens worden geraadpleegd.

Vooral wanneer grote datasets jaren­lang moeten worden bewaard en zelden worden geopend, kan het finan­ciële voordeel aanzien­lijk zijn.

Tape libraries worden opnieuw interessant

Voor datacen­ter­ma­na­gers betekent dit dat zij in de toekomst mogelijk vaker met tape libra­ries te maken krijgen. Dat zijn geauto­ma­ti­seerde opslag­sys­temen waarin grote aantallen tapecart­ridges worden bewaard. Robot­me­cha­nismen halen de juiste cartridge uit een opslag­po­sitie en plaatsen deze in een tapedrive wanneer gegevens moeten worden gelezen of geschreven.

Derge­lijke systemen bestaan al tientallen jaren en worden onder meer gebruikt door finan­ciële instel­lingen, onder­zoeks­or­ga­ni­sa­ties en grote datacen­ter­o­pe­ra­tors. Door de groei van AI kan hun toepas­sings­ge­bied verder toenemen.

Een tape library kan onder­deel worden van een bredere opslag­ar­chi­tec­tuur waarin gegevens automa­tisch tussen verschil­lende opslag­lagen worden verplaatst. Actieve datasets blijven op SSD’s of HDD’s staan, terwijl oudere gegevens naar tape worden overge­bracht. Wanneer die infor­matie opnieuw nodig is, kan de software de betref­fende bestanden uit het tape-archief terughalen.

Tape kent daarbij wel beper­kingen. Het terug­halen van indivi­duele bestanden duurt doorgaans langer dan bij diskge­ba­seerde opslag. Boven­dien is de beschik­bare doorvoer­snel­heid afhan­ke­lijk van het aantal tapedrives en het gelijk­tij­dige gebruik ervan. Voor AI-workloads die voort­du­rend toegang tot grote hoeveel­heden data vereisen, is tape daarom geen geschikte primaire opslag.

Maar voor archi­ve­ring van trainings­da­ta­sets, eerdere model­ver­sies en onder­zoeks­ge­ge­vens kan tape juist aantrek­ke­lijk zijn.

Ook energieverbruik speelt een rol

Naast de kosten is het energie­ver­bruik een belang­rijke overwe­ging. Datacen­ters krijgen door de opkomst van AI al te maken met een sterk stijgende elektri­ci­teits­vraag. Elke mogelijk­heid om het energie­ver­bruik van onder­steu­nende infra­struc­tuur te beperken, wordt daardoor interessanter.

Bij diskge­ba­seerde opslag­sys­temen blijven doorgaans elektro­nica en andere onder­delen energie gebruiken, ook wanneer gegevens nauwe­lijks worden geraad­pleegd. Bij tape ligt dat anders. Een cartridge die in een opslag­po­sitie staat, heeft zelf geen stroom nodig.

Dat betekent niet dat een tape library volledig zonder elektri­ci­teit functi­o­neert. De tapedrives, robot­sys­temen en bestu­ring hebben wel degelijk energie nodig. Toch kan het verbruik per opgeslagen terabyte bij langdu­rige archi­ve­ring aanzien­lijk lager liggen. Ook onder­zoek van IBM naar magne­ti­sche tape wijst op de combi­natie van lage opslag­kosten en een beperkt energie­ver­bruik als belang­rijke verkla­ring voor de hernieuwde belang­stel­ling. IBM Research+1

Bescherming tegen cyberaanvallen

Een ander voordeel is dat tape kan worden gebruikt voor offline opslag. Wanneer cartridges fysiek van het netwerk zijn gescheiden, kunnen aanval­lers deze niet via een gecom­pro­mit­teerd IT-systeem benaderen. Dat maakt tape interes­sant voor organi­sa­ties die belang­rijke gegevens willen beschermen tegen ransom­ware en andere vormen van cybercriminaliteit.

Die bescher­ming is overi­gens niet automa­tisch gegaran­deerd. Een tape library die perma­nent via beheer­soft­ware bereik­baar is, heeft niet dezelfde isolatie als een daadwer­ke­lijk offline bewaarde cartridge. Ook blijven goede toegangs­be­vei­li­ging, encryptie, controle van de gegevens­in­te­gri­teit en perio­dieke herstel­tests noodzakelijk.

Voor datacen­ters kan tape daardoor twee functies combi­neren: goedkope lange­ter­mijn­op­slag en een extra bescher­mings­laag binnen de strategie voor databe­houd en herstel.

Gevolgen voor de inrichting van datacenters

De hernieuwde belang­stel­ling voor tape heeft mogelijk ook gevolgen voor het ontwerp en de exploi­tatie van datacen­ter­ruimte. Tape libra­ries stellen andere eisen dan tradi­ti­o­nele server- en storage-racks. Denk aan de benodigde vloer­op­per­vlakte, bereik­baar­heid voor onder­houd, fysieke bevei­li­ging en voorzie­ningen voor het veilig opslaan en beheren van cartridges.

Daarbij gaat het niet uitslui­tend om het plaatsen van een aantal extra racks. Grote tapeom­ge­vingen vereisen ook aandacht voor de verbin­dingen tussen opslag­lagen, de organi­satie van datami­gratie en de tijd die nodig is om grote hoeveel­heden gegevens terug te halen.

Dat tape inmid­dels een serieuze rol speelt in zeer groot­scha­lige opslagom­ge­vingen, blijkt onder meer bij onder­zoeks­or­ga­ni­satie CERN. Daar werd in 2025 een nieuwe IBM Diamond­back tape library geïnstal­leerd. CERN beheert een tape-archief van meer dan een exabyte en onder­zoekt hoe de capaci­teit verder kan worden uitge­breid. DCD+1

AI stimuleert de hele opslagmarkt

De inves­te­ring van Fujifilm staat niet op zichzelf. Volgens Nikkei Asia inves­teren ook andere Japanse techno­lo­gie­be­drijven fors in de uitbrei­ding van hun produc­tie­ca­pa­ci­teit voor opslagcomponenten.

Zo wil Toshiba zijn produc­tie­ca­pa­ci­teit voor harde schijven verdub­belen en inves­teert Kioxia samen met Sandisk in de uitbrei­ding van de productie van flash­ge­heugen en SSD’s. Ook toele­ve­ran­ciers van HDD-compo­nenten, waaronder Hoya en NHK Spring, breiden hun productie uit.

De AI-golf leidt daarmee niet tot een keuze voor één speci­fieke opslag­tech­no­logie, maar juist tot een grotere behoefte aan uiteen­lo­pende opslag­vormen. SSD’s blijven noodza­ke­lijk voor snelle verwer­king, harde schijven voor grote hoeveel­heden relatief snel toegan­ke­lijke gegevens en tape voor archi­ve­ring op de lange termijn.

Voor datacen­ter­ma­na­gers is dat een ontwik­ke­ling om rekening mee te houden. Terwijl veel aandacht momen­teel uitgaat naar AI-racks, vloei­stof­koe­ling en de beschik­baar­heid van elektri­ci­teit, ontstaat op de achter­grond een tweede uitda­ging: waar blijven alle gegevens die AI-systemen gebruiken en produceren?

De inves­te­ring van Fujifilm laat zien dat de opsla­g­in­du­strie verwacht dat magne­ti­sche tape een belang­rijk deel van het antwoord blijft. De techno­logie die ooit vooral met back-ups en archieven werd geasso­ci­eerd, krijgt daarmee mogelijk een promi­nen­tere plaats in de datacen­ters van de toekomst.

Robbert Hoeffnagel

Robbert Hoeffnagel

Editor en journalist @ DCpedia

0 Reactie(s)

1 weergaven

0 Reactie(s)

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties gesloten

De reactiemogelijkheid is verlopen. (14 dagen)

Nieuwsbrief

Pin It on Pinterest

Share This