De enorme groei van AI zorgt voor een opmerkelijke ontwikkeling in de opslagmarkt. Magnetische tape, een technologie die al tientallen jaren bestaat, wordt opnieuw aantrekkelijk voor datacenters. De Japanse fabrikant Fujifilm gaat zijn productiecapaciteit voor tapeopslag zelfs vervijfvoudigen. Voor datacentermanagers kan dit betekenen dat tape libraries de komende jaren een belangrijkere plaats krijgen in hun infrastructuur. Niet als vervanging van snelle SSD’s en harde schijven, maar als een energiezuinige en relatief goedkope oplossing voor de steeds grotere hoeveelheden data die langdurig bewaard moeten worden.
Fujifilm investeert de komende jaren 10 miljard yen, omgerekend ongeveer 63 miljoen dollar, in de uitbreiding van zijn fabriek in Odawara, vlak bij Tokio. Volgens de Japanse zakenkrant Nikkei Asia gaat het om de grootste investering van het bedrijf in de productie van magnetische tape in ongeveer twintig jaar. De uitbreiding moet uiterlijk in het Japanse boekjaar 2028 zijn gerealiseerd en richt zich vooral op geavanceerde tapes met een opslagcapaciteit tot 100 terabyte.
Dat een fabrikant zo fors investeert in een opslagtechnologie die al sinds de vorige eeuw bestaat, lijkt op het eerste gezicht opmerkelijk. Toch past de beslissing in een bredere ontwikkeling. AI zorgt niet alleen voor een enorme vraag naar rekenkracht, maar ook naar opslagcapaciteit. En lang niet alle data die AI-systemen genereren of gebruiken, hoeven voortdurend en met hoge snelheid beschikbaar te zijn.
Explosieve groei van data
De cijfers laten zien hoe groot de uitdaging wordt. Volgens een prognose van onderzoeksbureau IDC, aangehaald door Nikkei Asia, zal de wereldwijde dataproductie in 2030 oplopen tot 718 zettabyte. Dat is ongeveer vier keer zoveel als in 2024. Eén zettabyte staat gelijk aan een miljard terabyte.
AI speelt een belangrijke rol bij deze ontwikkeling. Voor het trainen van AI-modellen worden enorme hoeveelheden informatie verzameld, verwerkt en opgeslagen. Denk aan tekstbestanden, afbeeldingen, videomateriaal, wetenschappelijke datasets en machinegegevens. Daarnaast produceren AI-toepassingen zelf steeds meer data, bijvoorbeeld in de vorm van gegenereerde content, logbestanden en resultaten van analyses.
Een deel van die informatie moet direct beschikbaar zijn. Tijdens het trainen van AI-modellen zijn hoge doorvoersnelheden en snelle toegang tot datasets essentieel. Daarvoor blijven snelle SSD-systemen en andere krachtige opslagarchitecturen noodzakelijk.
Maar zodra een trainingsronde is afgerond, verandert de situatie. De oorspronkelijke datasets, eerdere versies van modellen en resultaten van experimenten kunnen nog jarenlang waardevol zijn, zonder dat ze dagelijks geraadpleegd worden. Het permanent online houden van al die gegevens op kostbare opslagsystemen is dan niet altijd economisch verantwoord. Daar komt tape opnieuw in beeld.
Niet alle data hoeven online te blijven
Binnen datacenters wordt traditioneel onderscheid gemaakt tussen verschillende opslagcategorieën. Veelgebruikte data staan op snelle systemen, terwijl minder frequent geraadpleegde informatie naar goedkopere opslag wordt verplaatst. Voor gegevens die slechts incidenteel nodig zijn, wordt vaak gesproken van cold storage.
Magnetische tape is bij uitstek geschikt voor deze laatste categorie. Het opslagmedium biedt een hoge capaciteit en relatief lage kosten per opgeslagen terabyte. Bovendien verbruiken tapes die niet actief worden gelezen of beschreven zelf geen elektriciteit.
Volgens Nikkei Asia kunnen de kosten van opslag op tape in bepaalde situaties zelfs dalen tot een kwart van de kosten van opslag op harde schijven. Daarbij speelt ook mee dat de prijzen van zowel SSD’s als HDD’s onder druk staan door de snel groeiende vraag vanuit datacenters.
Dat betekent overigens niet dat tape in alle omstandigheden vier keer goedkoper is. De uiteindelijke kosten zijn afhankelijk van onder meer de hoeveelheid opgeslagen data, de bewaartermijn, de benodigde apparatuur en de frequentie waarmee gegevens worden geraadpleegd.
Vooral wanneer grote datasets jarenlang moeten worden bewaard en zelden worden geopend, kan het financiële voordeel aanzienlijk zijn.
Tape libraries worden opnieuw interessant
Voor datacentermanagers betekent dit dat zij in de toekomst mogelijk vaker met tape libraries te maken krijgen. Dat zijn geautomatiseerde opslagsystemen waarin grote aantallen tapecartridges worden bewaard. Robotmechanismen halen de juiste cartridge uit een opslagpositie en plaatsen deze in een tapedrive wanneer gegevens moeten worden gelezen of geschreven.
Dergelijke systemen bestaan al tientallen jaren en worden onder meer gebruikt door financiële instellingen, onderzoeksorganisaties en grote datacenteroperators. Door de groei van AI kan hun toepassingsgebied verder toenemen.
Een tape library kan onderdeel worden van een bredere opslagarchitectuur waarin gegevens automatisch tussen verschillende opslaglagen worden verplaatst. Actieve datasets blijven op SSD’s of HDD’s staan, terwijl oudere gegevens naar tape worden overgebracht. Wanneer die informatie opnieuw nodig is, kan de software de betreffende bestanden uit het tape-archief terughalen.
Tape kent daarbij wel beperkingen. Het terughalen van individuele bestanden duurt doorgaans langer dan bij diskgebaseerde opslag. Bovendien is de beschikbare doorvoersnelheid afhankelijk van het aantal tapedrives en het gelijktijdige gebruik ervan. Voor AI-workloads die voortdurend toegang tot grote hoeveelheden data vereisen, is tape daarom geen geschikte primaire opslag.
Maar voor archivering van trainingsdatasets, eerdere modelversies en onderzoeksgegevens kan tape juist aantrekkelijk zijn.
Ook energieverbruik speelt een rol
Naast de kosten is het energieverbruik een belangrijke overweging. Datacenters krijgen door de opkomst van AI al te maken met een sterk stijgende elektriciteitsvraag. Elke mogelijkheid om het energieverbruik van ondersteunende infrastructuur te beperken, wordt daardoor interessanter.
Bij diskgebaseerde opslagsystemen blijven doorgaans elektronica en andere onderdelen energie gebruiken, ook wanneer gegevens nauwelijks worden geraadpleegd. Bij tape ligt dat anders. Een cartridge die in een opslagpositie staat, heeft zelf geen stroom nodig.
Dat betekent niet dat een tape library volledig zonder elektriciteit functioneert. De tapedrives, robotsystemen en besturing hebben wel degelijk energie nodig. Toch kan het verbruik per opgeslagen terabyte bij langdurige archivering aanzienlijk lager liggen. Ook onderzoek van IBM naar magnetische tape wijst op de combinatie van lage opslagkosten en een beperkt energieverbruik als belangrijke verklaring voor de hernieuwde belangstelling. IBM Research+1
Bescherming tegen cyberaanvallen
Een ander voordeel is dat tape kan worden gebruikt voor offline opslag. Wanneer cartridges fysiek van het netwerk zijn gescheiden, kunnen aanvallers deze niet via een gecompromitteerd IT-systeem benaderen. Dat maakt tape interessant voor organisaties die belangrijke gegevens willen beschermen tegen ransomware en andere vormen van cybercriminaliteit.
Die bescherming is overigens niet automatisch gegarandeerd. Een tape library die permanent via beheersoftware bereikbaar is, heeft niet dezelfde isolatie als een daadwerkelijk offline bewaarde cartridge. Ook blijven goede toegangsbeveiliging, encryptie, controle van de gegevensintegriteit en periodieke hersteltests noodzakelijk.
Voor datacenters kan tape daardoor twee functies combineren: goedkope langetermijnopslag en een extra beschermingslaag binnen de strategie voor databehoud en herstel.
Gevolgen voor de inrichting van datacenters
De hernieuwde belangstelling voor tape heeft mogelijk ook gevolgen voor het ontwerp en de exploitatie van datacenterruimte. Tape libraries stellen andere eisen dan traditionele server- en storage-racks. Denk aan de benodigde vloeroppervlakte, bereikbaarheid voor onderhoud, fysieke beveiliging en voorzieningen voor het veilig opslaan en beheren van cartridges.
Daarbij gaat het niet uitsluitend om het plaatsen van een aantal extra racks. Grote tapeomgevingen vereisen ook aandacht voor de verbindingen tussen opslaglagen, de organisatie van datamigratie en de tijd die nodig is om grote hoeveelheden gegevens terug te halen.
Dat tape inmiddels een serieuze rol speelt in zeer grootschalige opslagomgevingen, blijkt onder meer bij onderzoeksorganisatie CERN. Daar werd in 2025 een nieuwe IBM Diamondback tape library geïnstalleerd. CERN beheert een tape-archief van meer dan een exabyte en onderzoekt hoe de capaciteit verder kan worden uitgebreid. DCD+1
AI stimuleert de hele opslagmarkt
De investering van Fujifilm staat niet op zichzelf. Volgens Nikkei Asia investeren ook andere Japanse technologiebedrijven fors in de uitbreiding van hun productiecapaciteit voor opslagcomponenten.
Zo wil Toshiba zijn productiecapaciteit voor harde schijven verdubbelen en investeert Kioxia samen met Sandisk in de uitbreiding van de productie van flashgeheugen en SSD’s. Ook toeleveranciers van HDD-componenten, waaronder Hoya en NHK Spring, breiden hun productie uit.
De AI-golf leidt daarmee niet tot een keuze voor één specifieke opslagtechnologie, maar juist tot een grotere behoefte aan uiteenlopende opslagvormen. SSD’s blijven noodzakelijk voor snelle verwerking, harde schijven voor grote hoeveelheden relatief snel toegankelijke gegevens en tape voor archivering op de lange termijn.
Voor datacentermanagers is dat een ontwikkeling om rekening mee te houden. Terwijl veel aandacht momenteel uitgaat naar AI-racks, vloeistofkoeling en de beschikbaarheid van elektriciteit, ontstaat op de achtergrond een tweede uitdaging: waar blijven alle gegevens die AI-systemen gebruiken en produceren?
De investering van Fujifilm laat zien dat de opslagindustrie verwacht dat magnetische tape een belangrijk deel van het antwoord blijft. De technologie die ooit vooral met back-ups en archieven werd geassocieerd, krijgt daarmee mogelijk een prominentere plaats in de datacenters van de toekomst.

0 Reacties