23 oktober 2026

0 Reactie(s)

23 oktober 2026

Jeroen Burks, EMEA co-lead bij OCP: “Open hardware is strategisch belangrijk voor Europa

Europa wil minder afhan­ke­lijk worden van een klein aantal niet-Europese techno­lo­gie­be­drijven. Die discussie gaat meestal over cloud, software, data en AI. Maar wie digitale autonomie serieus neemt, komt vanzelf bij een diepere laag terecht: de hardware. Want ook servers, racks, netwerk­ap­pa­ra­tuur, manage­men­tin­ter­faces en zelfs chipar­chi­tec­turen kunnen organi­sa­ties jaren­lang aan één leveran­cier binden. Open hardware biedt een andere route.

Open hardware of open source hardware betekent niet simpelweg dat alle hardware gratis of volledig Europees is. Het gaat er juist om dat hardware waarvan speci­fi­ca­ties, ontwerpen of inter­faces publiek beschik­baar en gestan­daar­di­seerd zijn, zodat meerdere leveran­ciers compa­ti­bele producten kunnen bouwen. Daardoor ontstaat een ecosys­teem waarin onder­delen gemak­ke­lijker uitwis­sel­baar zijn en waarin één fabri­kant minder snel de volle­dige controle over de lifecycle van een systeem en daarmee een soeve­reine cloud­op­los­sing krijgt.

Het Open Compute Project is daar een voorbeeld van. OCP facci­li­teert de discus­sies rondom open speci­fi­catie. De organi­satie omschrijft zichzelf als een wereld­wijde commu­nity die open techno­logie ontwik­kelt voor datacenter- en IT-infra­struc­tuur. Het doel is onder andere meer inter­o­pe­ra­bi­li­teit, effici­ëntie en schaal­baar­heid. Voor Europa is vooral dat eerste woord interes­sant: interoperabiliteit.

Van één leverancier naar meerdere leveranciers

Tradi­ti­o­nele enter­prise-infra­struc­tuur wordt vaak als complete omgeving ingekocht. Server, firmware, manage­ment­soft­ware, voedingen en derge­lijke inclu­sief support­con­tracten zijn sterk aan elkaar gekop­peld. Dat heeft voordelen: één leveran­cier is verant­woor­de­lijk en de verschil­lende onder­delen zijn op elkaar getest.

Het creëert echter ook afhan­ke­lijk­heid. Wanneer een bepaalde server­lijn wordt beëin­digd, onder­delen duurder worden of firmware alleen via een speci­fiek support­con­tract beschik­baar is, heeft de klant beperkte alter­na­tieven. Overstappen naar een andere leveran­cier kan betekenen dat beheer­pro­cessen, tooling, racks of complete systemen opnieuw moeten worden ingericht. Zeker voor bedrijven en instel­lingen in de kritieke infra­struc­tuur kan dat vanwege NIS2 een probleem vormen.

Open hardware probeert dat model open te breken. Jeroen Burks, EMEA co-lead bij OCP en daarnaast actief voor ScaleUp Techno­lo­gies, vat het uitgangs­punt eenvoudig samen: “Hardwa­re­spe­ci­fi­ca­ties moeten openbaar zijn, worden gedeeld en mogen niet het eigendom zijn van één bepaalde leveran­cier.” Volgens hem draait de prakti­sche toepas­sing vervol­gens om drie zaken: “Open speci­fi­ca­ties, multi-vendor inkoop en modulair ontwerp.”

Juist die combi­natie is voor Europa strate­gisch interes­sant. Multi-vendor procure­ment betekent namelijk dat een organi­satie niet noodza­ke­lijk voor iedere uitbrei­ding naar dezelfde fabri­kant hoeft terug te keren. Wanneer meerdere leveran­ciers volgens dezelfde speci­fi­ca­ties produ­ceren, kan hardware gemak­ke­lijker worden gecom­bi­neerd en vervangen.

Dit betekent overi­gens niet dat alle volgens OCP-speci­fi­ca­ties ontwik­kelde hardware volledig uitwis­sel­baar is of dat iedere compo­nent van iedere fabri­kant automa­tisch in iedere confi­gu­ratie past. Validatie blijft nodig. Maar het uitgangs­punt verschilt funda­men­teel van een gesloten ecosys­teem waarin compa­ti­bi­li­teit uitslui­tend door één fabri­kant wordt bepaald.

Digitale soevereiniteit begint onder de softwarelaag

Dat sluit nauw aan bij de Europese discussie over techno­lo­gi­sche soeve­rei­ni­teit. De Europese Commissie stelt in haar nieuwe EU Open Source Strategy expli­ciet dat open techno­logie kan helpen om afhan­ke­lijk­heid van niet-Europese leveran­ciers te vermin­deren en de controle over kritieke digitale infra­struc­tuur te vergroten. Daarbij noemt de Commissie niet alleen software, maar ook hardware.

Dat is een belang­rijke verbre­ding. Een organi­satie kan immers een Europese cloud­pro­vider gebruiken, Linux draaien en appli­ca­ties op open-source­com­po­nenten baseren, terwijl de onder­lig­gende hardware nog volledig afhan­ke­lijk is van een handvol buiten­landse leveranciers.

Open hardware lost dat probleem niet in één keer op, maar kan wel een aantal afhan­ke­lijk­heden verwij­deren. Het is dan dus een stap ind e goede richting. Een open rackstan­daard kan immers afhan­ke­lijk­heid van één rackle­ve­ran­cier vermin­deren. Open manage­men­tin­ter­faces kunnen voorkomen dat beheer uitslui­tend via proprietary software mogelijk is. En gestan­daar­di­seerde accele­rator- of netwerk­in­ter­faces kunnen ruimte creëren voor nieuwe leveranciers.

Burks formu­leerde dat eerder nog scherper: “Europa wordt niet digitaal onafhan­ke­lijk als het gebruik blijft maken van gesloten en vendor-speci­fieke hardwaresystemen.”

Europa hoeft niet alles zelf te maken

Digitale autonomie wordt soms verward met techno­lo­gi­sche autarkie: Europa zou dan ieder onder­deel zelf moeten ontwik­kelen en produ­ceren. Dat is zeker op de korte termijn niet realis­tisch. Moderne servers bestaan uit een wereld­wijde supply chain van proces­soren, geheugen, netwerk­chips, storage, firmware, PCB’s en gespe­ci­a­li­seerde productietechnologie.

Open hardware biedt een andere benade­ring. Europa hoeft niet noodza­ke­lijk ieder compo­nent zelf te maken, zolang Europese bedrijven maar voldoende keuze en controle houden over de infra­struc­tuur waarin die compo­nenten worden gebruikt.

Daarbij kan Europa bijvoor­beeld inves­teren in open standaarden, Europese imple­men­ta­ties van die standaarden en alter­na­tieve proces­so­rar­chi­tec­turen zoals RISC‑V. De Europese open-sourcestra­tegie noemt de Chips Joint Under­ta­king en RISC‑V inmid­dels expli­ciet als voorbeelden van initi­a­tieven waarmee open hardware en industriële toepas­singen worden onder­steund. De strate­gi­sche waarde zit daarmee dus niet alleen in de herkomst van een product, maar ook in de mogelijk­heid om een leveran­cier te vervangen.

AI maakt multi-vendor nog belangrijker

De opkomst van AI versterkt die discussie. AI-systemen vragen steeds grotere hoeveel­heden accele­ra­tors, stroom en koeling. Tegelijk wordt de markt gedomi­neerd door een beperkt aantal leveran­ciers. OCP werkt daarom ook aan open, modulaire AI-infra­struc­tuur. De nieuwe AI Compu­ting Continuum richt zich bijvoor­beeld op open server­ar­chi­tec­turen, accele­ra­tors, networ­king en andere bouwstenen voor AI-systemen buiten de grootste hypers­cale-datacen­ters. Het doel is expli­ciet om inter­o­pe­ra­bele en uitbreid­bare infra­struc­tuur te creëren.

Ook op chipni­veau schuift het concept richting multi-vendor. Binnen OCP’s Open Chiplet Economy wordt gewerkt aan inter­o­pe­ra­bi­li­teit tussen chiplets van verschil­lende leveran­ciers, inclu­sief standaar­di­se­ring rond inter­faces, security, power en performance.

Dat lijkt misschien ver verwij­derd van dagelijkse IT-infra­struc­tuur, maar het raakt precies dezelfde vraag: hoe voorkom je dat de volgende generatie infra­struc­tuur opnieuw volledig rond één leveran­ciers­plat­form wordt gebouwd?

Van Europese gebruiker naar Europese leverancier

Open hardware biedt Europa boven­dien niet alleen defen­sieve voordelen. Het kan ook toetre­dings­drem­pels verlagen voor Europese leveran­ciers. Een kleinere fabri­kant hoeft bijvoor­beeld niet zelf een compleet server‑, rack- en manage­men­te­co­sys­teem te ontwik­kelen wanneer open speci­fi­ca­ties al beschik­baar zijn. Het bedrijf kan zich richten op onder­delen waarin het zich onder­scheidt: een speci­fieke server, accele­rator, koeling-oplos­sing, netwerk­com­po­nent of managementtool.

OCP besteedt inmid­dels expli­ciet aandacht aan een Europese supply chain. Op de OCP Global Summit werd bijvoor­beeld een afzon­der­lijke sessie georga­ni­seerd rond “OCP’s EU Supply Chain Ecosy­stem: Oppor­tu­ni­ties for Sovereign Digital Infrastructure”.

Dat is mogelijk een van de grootste strate­gi­sche kansen voor Europa. Niet proberen één Europese tegen­hanger van iedere Ameri­kaanse hypers­caler of hardwa­re­gi­gant te bouwen, maar een ecosys­teem creëren van gespe­ci­a­li­seerde bedrijven die rond gedeelde open standaarden samenwerken.

Open hardware is geen garantie

Daarbij blijft enige nuchter­heid nodig. Open speci­fi­ca­ties maken een systeem niet automa­tisch Europees, veilig of onafhan­ke­lijk. Er kunnen nog altijd gesloten firmwa­re­com­po­nenten aanwezig zijn en proces­soren kunnen nog steeds uit de Verenigde Staten of Azië komen. Ook certi­fi­ce­ring, support, inter­o­pe­ra­bi­li­teitstesten en langdurig onder­houd blijven noodzakelijk.

Maar open hardware veran­dert wel de machts­ver­hou­ding. Bij gesloten infra­struc­tuur bepaalt de leveran­cier uitein­de­lijk welke onder­delen beschik­baar blijven, hoe systemen worden beheerd en hoe lang een platform wordt onder­steund. Bij een werke­lijk multi-vendor ecosys­teem kan een organi­satie alter­na­tieven zoeken zonder de volle­dige infra­struc­tuur opnieuw te hoeven ontwerpen.

Daarmee wordt open hardware uitein­de­lijk minder een technisch ideaal en meer een strate­gisch instru­ment. Voor Europa draait digitale autonomie immers niet noodza­ke­lijk om de vraag of werke­lijk ieder onder­deel binnen de EU is gepro­du­ceerd. De belang­rij­kere vraag is: kan Europa blijven beschikken over zijn digitale infra­struc­tuur wanneer een indivi­duele leveran­cier wegvalt, zijn voorwaarden veran­dert of niet langer wil leveren?

Hoe vaker het antwoord daarop dankzij open speci­fi­ca­ties, inter­o­pe­ra­bi­li­teit en meerdere leveran­ciers “ja” kan zijn, hoe groter de feite­lijke digitale autonomie wordt.

Robbert Hoeffnagel

Robbert Hoeffnagel

Editor en journalist @ DCpedia

0 Reactie(s)

5 weergaven

0 Reactie(s)

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties gesloten

De reactiemogelijkheid is verlopen. (14 dagen)

Nieuwsbrief

Pin It on Pinterest

Share This