Kunstmatige intelligentie krijgt in hoog tempo een steeds grotere rol bij het beheer van IT-omgevingen. Bedrijven gebruiken AI om storingen te onderzoeken, problemen sneller op te lossen en de werkdruk van IT-teams te verminderen. Maar zodra AI zelfstandig wijzigingen mag doorvoeren in bedrijfskritische systemen, neemt het vertrouwen aanzienlijk af. Dat blijkt uit het nieuwe State of Observability 2026-onderzoek van Grafana Labs.
Voor het onderzoek ondervroegen Grafana Labs en onderzoeksbureau ETR 300 IT- en engineeringbeslissers in de Verenigde Staten, Japan, Latijns-Amerika en West-Europa. Daaruit komt een duidelijk beeld naar voren: organisaties zien steeds meer mogelijkheden om AI in te zetten voor het beheer van hun IT-infrastructuur, maar worstelen tegelijkertijd met de vraag hoeveel zelfstandigheid zij de technologie kunnen geven.
Inmiddels heeft 68 procent van de onderzochte organisaties AI verder gebracht dan de eerste verkennende fase. Zij experimenteren actief met toepassingen of gebruiken de technologie al in productieomgevingen. Bij 47 procent draait AI inmiddels ergens in de productieomgeving of vormt de technologie een belangrijk onderdeel van de IT-strategie.
Toch betekent die snelle adoptie niet dat IT-managers AI ook volledig vertrouwen. Maar liefst 85 procent van de ondervraagden vindt het acceptabel wanneer AI zelfstandig onderzoek doet naar de oorzaak van een storing. Ook het voorstellen van oplossingen kan op brede steun rekenen: 84 procent staat daar positief tegenover.
Dat verandert zodra AI zelf maatregelen mag nemen. Slechts 56 procent voelt zich comfortabel bij AI die zelfstandig code of configuraties aanpast. Bij het volledig autonoom oplossen van incidenten daalt dat percentage naar 52 procent. En wanneer AI zonder menselijke tussenkomst wijzigingen in productie mag uitrollen, blijft nog maar 50 procent over.
Vertrouwen moet worden verdiend
Volgens Anthony Woods, medeoprichter van Grafana Labs, laat dit zien dat organisaties een belangrijk onderscheid maken tussen AI die adviseert en AI die daadwerkelijk handelt. Hij wijst erop dat het vertrouwen in een systeem dat vertelt wat er misgaat iets heel anders is dan het vertrouwen in een systeem dat zelfstandig wijzigingen aanbrengt in een productieomgeving.
Dat verschil is begrijpelijk. Een AI-systeem dat een verkeerde analyse maakt, kan door een beheerder worden gecorrigeerd voordat er iets gebeurt. Wanneer dezelfde AI zelfstandig ingrijpt in een complexe IT-omgeving, kunnen fouten direct gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van applicaties en bedrijfsprocessen.
De onderzoekers constateren dat betrouwbaarheid daarom een belangrijke voorwaarde is voor verdere automatisering. Van de ondervraagden noemt 26 procent onvoldoende betrouwbaarheid als belangrijkste belemmering voor AI-adoptie. Wet- en regelgeving en compliance volgen met 23 procent, terwijl 21 procent het vertrouwen van klanten als voornaamste obstakel ziet.
Opvallend is dat IT-managers niet zozeer om meer functionaliteit vragen. Zij willen vooral kunnen begrijpen waarom AI bepaalde conclusies trekt en kunnen vaststellen dat die conclusies betrouwbaar zijn. Zowel aantoonbare nauwkeurigheid als betere uitlegbaarheid wordt door 45 procent genoemd als een manier om het vertrouwen te vergroten.
AI vermindert werkdruk van IT-teams
Ondanks deze terughoudendheid zijn de eerste resultaten van AI in IT-beheer volgens de respondenten positief. Zo zegt 67 procent dat AI-gebaseerde hulpmiddelen het werk van engineers met storingsdiensten hebben verbeterd. Bij 28 procent is zelfs sprake van een aanzienlijke vermindering van de werkdruk en zogenoemde alert fatigue: de vermoeidheid die ontstaat wanneer beheerders voortdurend meldingen en waarschuwingen moeten beoordelen.
AI kan hierbij helpen door grote hoeveelheden logbestanden, prestatiegegevens en andere technische informatie te analyseren. In plaats van afzonderlijke waarschuwingen te onderzoeken, kunnen beheerders sneller inzicht krijgen in de mogelijke samenhang tussen gebeurtenissen.
Daarmee verandert ook de rol van observability, het verzamelen en analyseren van gegevens om inzicht te krijgen in de werking en prestaties van IT-systemen. Waar observability traditioneel vooral bedoeld was om beheerders te helpen problemen te signaleren en te begrijpen, ontstaat nu de mogelijkheid om AI steeds meer van dat werk te laten uitvoeren.
Wie houdt toezicht op de AI zelf?
Het onderzoek signaleert tegelijkertijd een tweede ontwikkeling. Organisaties gebruiken AI niet alleen om hun bestaande IT-systemen te bewaken, maar moeten ook steeds vaker toezicht houden op AI-toepassingen die zij zelf ontwikkelen. Maar liefst 80 procent van de onderzochte organisaties ontwikkelt of gebruikt inmiddels toepassingen op basis van large language models (LLM’s). Bij 42 procent zijn dergelijke toepassingen al in productie en bij 38 procent bevinden ze zich nog in ontwikkeling of in een pilotfase.
Het monitoren van deze toepassingen blijkt echter minder ver ontwikkeld dan het traditionele toezicht op IT-systemen. Van de organisaties die LLM-toepassingen ontwikkelen of testen, houdt 63 procent de kwaliteit en nauwkeurigheid van de antwoorden bij. Iets meer dan de helft monitort de responstijden en het tokengebruik. Slechts 42 procent volgt hoe vaak AI-modellen onjuiste of verzonnen informatie produceren, de zogenoemde hallucinaties.
Ook het inzicht in de kosten laat te wensen over. Slechts 44 procent monitort welke kosten aan specifieke modellen, toepassingen of teams kunnen worden toegerekend. Opvallend is bovendien hoe organisaties hun AI-monitoring technisch organiseren. Bij 45 procent bestaat de oplossing uit een combinatie van verschillende open-sourceprojecten. Nog eens 30 procent heeft volledig eigen software ontwikkeld. Slechts een kwart gebruikt een speciaal voor dit doel ontwikkeld commercieel product.
Dat wijst erop dat de markt voor AI-observability nog volop in ontwikkeling is. Organisaties zoeken naar manieren om niet alleen de technische prestaties van AI-toepassingen te volgen, maar ook de kwaliteit, betrouwbaarheid en kosten ervan inzichtelijk te maken.
Uitgaven aan observability blijven stijgen
Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor de IT-budgetten. Volgens het onderzoek heeft 78 procent van de organisaties het afgelopen jaar meer uitgegeven aan observability. Voor de komende twaalf maanden verwacht 73 procent opnieuw een stijging. AI speelt daarbij op twee manieren een rol. Enerzijds investeren organisaties in nieuwe observabilityfunctionaliteiten waarin AI is geïntegreerd. Anderzijds zorgt AI-ondersteunde softwareontwikkeling ervoor dat steeds meer applicaties en systemen ontstaan die eveneens moeten worden gemonitord.
De hogere uitgaven worden door de meeste respondenten gerechtvaardigd geacht. Maar liefst 97 procent zegt op zijn minst enige waarde te halen uit de extra investeringen. Tegelijkertijd kan 36 procent die toegevoegde waarde nog niet goed financieel onderbouwen. Ook het samenbrengen van verschillende monitoringtools krijgt veel aandacht. Inmiddels gebruikt 53 procent van de organisaties een organisatiebreed observabilityplatform, terwijl nog eens 25 procent bezig is met de overstap naar een meer geïntegreerde aanpak.
Voor IT-afdelingen is die consolidatie relevant omdat moderne infrastructuren steeds complexer worden. Applicaties draaien verspreid over cloudomgevingen, containers, eigen datacenters en externe diensten. Wanneer monitoringgegevens over verschillende systemen zijn verdeeld, wordt het moeilijker om verbanden te herkennen. Dat geldt voor menselijke beheerders, maar ook voor AI-systemen die deze informatie nodig hebben om betrouwbare analyses te maken.
Van AI die adviseert naar AI die handelt
De onderzoekers verwachten dat AI de komende jaren een bepalende rol gaat spelen in de verdere ontwikkeling van observability. Van de ondervraagde IT-beslissers ziet 28 procent autonome IT-operaties als de belangrijkste ontwikkeling voor de komende twee jaar. Nog eens 25 procent verwacht dat juist het monitoren en controleren van AI-toepassingen de grootste verandering wordt.
Daarmee ontstaat een interessante wisselwerking. Organisaties willen AI gebruiken om hun IT-systemen steeds zelfstandiger te beheren. Tegelijkertijd hebben zij betere monitoring nodig om te kunnen controleren of diezelfde AI betrouwbaar functioneert. De uitdaging verschuift daarmee van de vraag óf AI kan helpen bij IT-beheer naar de vraag onder welke voorwaarden organisaties de technologie zelfstandig beslissingen laten nemen.
Het onderzoek van Grafana maakt duidelijk dat de technische mogelijkheden zich sneller ontwikkelen dan het vertrouwen van IT-managers. De stap naar volledig autonome IT-operaties zal daarom niet uitsluitend afhangen van slimmere AI-modellen, maar vooral van de mate waarin organisaties hun gedrag kunnen controleren, hun beslissingen kunnen verklaren en de gevolgen van eventuele fouten kunnen beheersen.
Het onderzoek State of Observability 2026 is uitgevoerd in juni 2026 onder 300 senior IT- en engineeringbeslissers, van wie 50 in West-Europa. De resultaten zijn op 19 oktober gepubliceerd. Het betreft een onderzoek onder beslissers met invloed op observability-investeringen en geen representatieve meting van alle bedrijven.

0 Reacties