21 september 2026

0 Reactie(s)

21 september 2026

Europa maakt energie- en waterprestaties van datacenters zichtbaar met nieuw label

De Europese Commissie intro­du­ceert een nieuw openbaar beoor­de­lings­sys­teem voor datacen­ters. Vanaf 2027 krijgen datacen­ters die onder de Europese rappor­ta­ge­ver­plich­ting vallen een label waarop onder meer hun energie- en water­ef­fi­ci­ëntie zicht­baar wordt. Daarmee wil Brussel het eenvou­diger maken om presta­ties van datacen­ters op een uniforme manier te beoordelen.

Het systeem bouwt voort op regel­ge­ving die al sinds 2024 van kracht is. Datacen­ters met een geïnstal­leerd IT-vermogen van minimaal 500 kW moeten sinds­dien infor­matie aanle­veren over onder meer stroom­ver­bruik, water­ge­bruik, hernieuw­bare energie en het benutten van restwarmte. Nieuw is dat een deel van deze infor­matie nu ook wordt vertaald naar een publiek herken­baar beoordelingsmodel.

De Europese Commissie publi­ceerde de nieuwe regeling op 21 september. De eerste labels moeten uiter­lijk 15 augustus 2027 beschik­baar zijn. Daarna worden zij jaarlijks bijgewerkt.

PUE en WUE krijgen centrale plaats

Op het nieuwe label krijgen twee bekende indica­toren uit de datacen­ter­sector een promi­nente rol: Power Usage Effec­ti­ve­ness en Water Usage Effectiveness.

PUE geeft aan hoeveel energie een datacenter in totaal gebruikt ten opzichte van het energie­ge­bruik van de IT-appara­tuur zelf. Een lage PUE duidt erop dat relatief weinig energie verloren gaat aan onder­steu­nende systemen zoals koeling en stroomvoorziening.

Binnen de nieuwe Europese indeling worden datacen­ters voor PUE onder­ge­bracht in zeven klassen, van A tot en met G. Klasse A geldt voor een PUE van maximaal 1,15. Datacen­ters met een PUE boven 1,9 komen in klasse G terecht.

Voor water wordt een verge­lijk­baar model gebruikt. WUE meet hoeveel water een datacenter gebruikt in verhou­ding tot het energie­ge­bruik van de IT-systemen. Een WUE van maximaal 0,1 valt in klasse A. Waarden boven 1,0 vallen in klasse G.

Door beide indica­toren op het label te plaatsen, wil de Europese Commissie voorkomen dat energie-effici­ëntie los van water­ge­bruik wordt beoor­deeld. Dat is relevant omdat koelo­p­los­singen die elektri­ci­teit besparen soms juist meer water gebruiken.

Meer informatie dan alleen een letter

Het Europese label bevat meer dan alleen een energie- en water­klasse. Ook infor­matie over het datacenter zelf wordt opgenomen, zoals het type locatie, de exploi­tant, de groot­te­klasse en het moment waarop het datacenter opera­ti­o­neel is geworden.

Daarnaast komt er infor­matie beschik­baar over het aandeel hernieuw­bare energie en over de mogelijk­heden om restwarmte te benutten.

De Commissie intro­du­ceert hiervoor onder andere de aandui­ding waste heat reuse ready. Daarmee wordt aange­geven of een datacenter technisch geschikt is om restwarmte buiten de locatie beschik­baar te stellen. Dat betekent niet automa­tisch dat deze warmte ook daadwer­ke­lijk wordt afgenomen door bijvoor­beeld woningen, bedrijven of warmtenetten.

Ook krijgt ieder label een QR-code. Via die code kan worden doorgel­inkt naar de Europese database waarin aanvul­lende infor­matie over het betref­fende datacenter beschik­baar is.

Klimaat speelt mee in vergelijking

Een recht­streekse verge­lij­king tussen datacen­ters is niet altijd eenvoudig. Een locatie in Finland heeft bijvoor­beeld een ander koelpro­fiel dan een datacenter in Spanje of Italië.

Daarom houdt het Europese model ook rekening met klimaat­om­stan­dig­heden. Een van de factoren die worden meege­nomen is het aantal Cooling Degree Days. Daarmee wordt inzich­te­lijk gemaakt hoe groot de koelbe­hoefte op een locatie is als gevolg van de buitentemperatuur.

Dat moet voorkomen dat datacen­ters uitslui­tend op basis van een enkel cijfer worden beoor­deeld, zonder rekening te houden met de omstan­dig­heden waaronder zij opereren.

De Commissie benadrukt ook dat PUE en WUE in samen­hang moeten worden bekeken. Een datacenter kan bijvoor­beeld een zeer lage PUE behalen met een koelcon­cept dat relatief veel water gebruikt. Omgekeerd kan een water­zui­nige instal­latie meer elektri­ci­teit verbruiken.

Rapportage bestaat al langer

De invoe­ring van het label betekent niet dat Europa nu pas gegevens over datacen­ters gaat verzamelen.

De basis hiervoor werd gelegd met de herziene Energy Effici­ency Direc­tive. Op basis daarvan moeten datacen­ters vanaf 500 kW geïnstal­leerd IT-vermogen al sinds 2024 jaarlijks infor­matie aanle­veren over hun prestaties.

Tot nu toe werden veel van deze gegevens vooral geaggre­geerd gepubli­ceerd. Hierdoor konden bijvoor­beeld gemid­delde PUE- en WUE-cijfers per land, type datacenter of groot­te­klasse worden bekeken, zonder dat presta­ties direct aan indivi­duele locaties werden gekoppeld.

Het nieuwe systeem veran­dert dat. De database genereert straks voor afzon­der­lijke datacen­ters een elektro­nisch label dat publiek toegan­ke­lijk wordt.

Exploi­tanten moeten dat label beschik­baar kunnen stellen aan partijen die erom vragen. Zij kunnen daarbij verwijzen naar de Europese database of het label via hun eigen website publiceren.

Deelname voor kleinere datacenters mogelijk

De verplichte regeling blijft gekop­peld aan de grens van 500 kW geïnstal­leerd IT-vermogen. Kleinere locaties hoeven dus niet automa­tisch mee te doen.

De Europese Commissie maakt vrijwil­lige deelname echter wel mogelijk. Ook kleinere datacen­ters kunnen hun presta­ties laten opnemen in het systeem. Zelfs locaties die nog in ontwik­ke­ling zijn, kunnen op basis van verwachte presta­ties deelnemen.

Daarmee kan het label uitein­de­lijk breder worden gebruikt dan alleen door de datacen­ters die wette­lijk verplicht zijn gegevens te rapporteren.

Mogelijk voorbode van strengere eisen

Het beoor­de­lings­sys­teem past in een bredere Europese aanpak van de datacen­ter­sector. Naast trans­pa­rantie kijkt Brussel ook naar mogelijke minimum­eisen voor de presta­ties van datacenters.

Daarvoor wordt gewerkt aan zogenoemde Minimum Perfor­mance Standards. Die zouden op termijn kunnen bepalen aan welke minimale eisen datacen­ters op het gebied van energie-effici­ëntie moeten voldoen.

Dat speelt tegen de achter­grond van een snel groei­ende vraag naar datacen­ter­ca­pa­ci­teit. Vooral AI-systemen zorgen voor een sterke stijging van het benodigde vermogen. Tegelij­ker­tijd lopen Europese landen tegen beper­kingen aan op het gebied van elektri­ci­teits­netten, energie­pro­ductie en op sommige locaties ook waterbeschikbaarheid.

Met het nieuwe label probeert de Europese Commissie daarom niet alleen presta­ties zicht­baar te maken, maar ook één gemeen­schap­pe­lijke meetlat voor de Europese datacen­ter­markt te introduceren.

Voor datacen­te­r­ex­ploi­tanten betekent dit dat techni­sche indica­toren als PUE en WUE steeds meer een publieke betekenis krijgen. Waar deze cijfers jaren­lang vooral werden gebruikt door engineers, klanten en duurzaam­heids­af­de­lingen, worden zij vanaf 2027 ook onder­deel van een openbaar Europees beoordelingssysteem.

Meer infor­matie over de nieuwe regeling is te vinden op de website van de Europese Commissie:
https://​energy​.ec​.europa​.eu/​p​u​b​l​i​c​a​t​i​o​n​s​/​c​o​m​m​i​s​s​i​o​n​-​d​e​l​e​g​a​t​e​d​-​r​e​g​u​l​a​t​i​o​n​-​e​s​t​a​b​l​i​s​h​i​n​g​-​c​o​m​m​o​n​-​u​n​i​o​n​-​r​a​t​i​n​g​-​s​c​h​e​m​e​-​d​a​t​a​-​c​e​n​t​r​e​s​-​a​n​d​-​a​n​n​e​x​e​s_en

0 Reactie(s)

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties gesloten

De reactiemogelijkheid is verlopen. (14 dagen)

Nieuwsbrief

Pin It on Pinterest

Share This