26 januari 2026
0 Reactie(s)

26 januari 2026

Transparantie over energie en water: waarom de datacentersector tien jaar lang op de rem stond – en waarom dat nu niet meer houdbaar is

Door de groei van cloud en AI is het datacenter defini­tief een publieke infra­struc­tuur­kwestie geworden. Niet alleen in termen van ruimte en netca­pa­ci­teit, maar vooral in energie- en waterim­pact. De reflex van de sector in Neder­land was de afgelopen tien jaar vaak voorspel­baar: eerst relati­veren met macro-statis­tiek, daarna onder­han­delen over defini­ties en meetme­thoden, en pas in laatste instantie — als wetge­ving onont­koom­baar is — rappor­teren. De vraag is: hoe komt dat, welke rol spelen branche­ver­e­ni­gingen NLdigital en de Dutch Data Center Associ­a­tion (DDA), en in hoeverre sturen grote (veelal Ameri­kaanse) spelers dit gedrag?

De “macro-cijfer” strategie: van legitimatie naar vertraging

Wie de publieke commu­ni­catie van de sector volgt, ziet een duide­lijke lijn: plaats de impact in perspec­tief. DDA publi­ceert bijvoor­beeld cijfers die het energie- en water­aan­deel van datacen­ters in Neder­land benadrukken. Dat is begrij­pe­lijk: in het maatschap­pe­lijk debat ontstaat snel een beeld van “energieslur­pers” en “water­ver­brui­kers” en dan wil je nuanceren. (Dutch Data Center Associ­a­tion)

Maar de afgelopen jaren is dat perspec­tief steeds minder voldoende. Het CBS rappor­teerde recent bijvoor­beeld dat de levering van elektri­ci­teit aan datacen­ters in 2024 uitkwam op 5,1 TWh, goed voor 4,6% van het natio­nale elektri­ci­teits­ver­bruik. (Centraal Bureau voor de Statis­tiek) Dat is geen margi­naal fenomeen meer; het is een zicht­baar stuk van de energie­vraag dat je als samen­le­ving bestuur­lijk wilt kunnen wegen — zeker bij netcon­gestie en ruimte­lijke planning.

Het probleem is: macro-cijfers beant­woorden niet de kernvraag van beleid. Beleids­ma­kers willen weten: welke locaties vragen welke piekbe­las­ting? Welke koelme­thode? Welke water­bron? Welke restwarmte-opties? Welke energie­flexi­bi­li­teit? Macro-cijfers zijn prima voor beeld­vor­ming, maar onvol­doende voor sturing.

EED-rapportage: de transparantieplicht is er – maar de data blijven gatenkaas

Sinds de Europese Energy Effici­ency Direc­tive (EED) is er een concrete richting: grote datacen­ters moeten energie-effici­ëntie en relevante indica­toren rappor­teren. In Neder­land wordt dit via RVO toege­licht; de EED-rappor­tage beoogt verge­lijk­baar­heid en betere beleids­plan­ning. (RVO​.nl)

Tegelijk laat de praktijk zien hoe stroef het gaat. Media meldden eind 2025 dat veel datacen­ters weigeren om exacte cijfers over water- en stroom­ver­bruik te publi­ceren of leveren cruciale velden leeg aan. (NU​.nl) Een recente analyse in vakmedia legde boven­dien bloot dat juist bij een deel van de grootste (en vaak Ameri­kaanse) eigenaar­schappen essen­tiële velden ontbreken. (Techzine​.nl)

Dat is precies het punt waarop “we zijn best trans­pa­rant” omslaat in “we zijn trans­pa­rant zolang het niet echt schuurt”.

Tien jaar weerstand: waar komt die vandaan?

De weerstand van de sector tegen vergaande trans­pa­rantie en regel­ge­ving heeft grofweg vier oorzaken:

  1. Defini­ties en meetbaar­heid – PUE en WUE lijken eenduidig, maar in de praktijk verschillen scope, meetpunten, norma­li­satie en uitzon­de­ringen. De stap van “intern optima­li­seren” naar “extern verge­lijk­baar rappor­teren” is groot. In overheids­do­cu­menten over duurzame digita­li­se­ring wordt ook expli­ciet gewezen op de noodzaak van consis­tente datade­fi­ni­ties en de discussie rondom indica­toren en emissie­fac­toren. (open​.overheid​.nl)
  2. Concur­rentie en contracten - Energie-inkoop­con­struc­ties, PPA’s, loadpro­fielen, redun­dantie en koelont­werp zijn concur­ren­tie­ge­voelig. Boven­dien zijn datacen­ters vaak onder­deel van inter­na­ti­o­nale ketens (hypers­cale, coloca­tion, managed services) waarbij contracten disclo­sure beperken.
  3. Regula­toire stape­ling en prece­dent­wer­king - Zodra je op locatie-niveau cijfers geeft, ontstaat “bench­mark­po­li­tiek”: gemeentes en provin­cies willen voorwaarden; netbe­heer­ders willen priori­te­ring; activisten willen naming-and-shaming. Een deel van de sector vreest dat trans­pa­rantie meteen vertaald wordt in beper­kingen, zonder nuance over waardecreatie.
  4. Reputatie- en geopo­li­tieke gevoe­lig­heid - Zeker bij hypers­ca­lers is trans­pa­rantie geen puur technisch dossier, maar een reputatie- en geopo­li­tiek dossier. In Europa is “soeve­rei­ni­teit” een kernterm geworden; dat trekt aandacht naar eigenaar­schap, keten­af­han­ke­lijk­heden en publieke controle.

De rol van NLdigital en DDA: belangenbehartiging of rem op transparantie?

Branche­ver­e­ni­gingen vervullen een dubbelrol: ze moeten én de sector beschermen tegen oneven­re­dige regels, én publieke legiti­mi­teit organi­seren. Dat is moeilijker geworden nu datacen­ters onder een vergroot­glas liggen.

NLdigital publi­ceert over datacen­ter­stroom­ver­bruik “in perspec­tief” en koppelt de discussie aan wette­lijke drempels en beleids­ka­ders. (NLdigital) Dat is verde­dig­baar, maar het versterkt ook de indruk dat de sector graag commu­ni­ceert op aggre­gaat­ni­veau en via thres­holds (bijv. >10 GWh), terwijl de maatschap­pe­lijke discussie juist gaat over indivi­duele footprints, lokale netdruk en waterstress.

DDA zit nog directer op de datacen­ter­o­pe­rator-belangen en heeft de afgelopen jaren ook inhou­de­lijk werk geleverd, zoals een white­paper over water­ge­bruik (met uitleg, feiten, en oplos­sings­rich­tingen). (Dutch Data Center Associ­a­tion) Dat is positief: het profes­si­o­na­li­seert het debat. Tegelijk blijft de kritiek bestaan dat de sector in concrete rappor­tage en publi­catie (per locatie) te vaak “de grenzen opzoekt”.

Hebben (Amerikaanse) grote spelers veel invloed op strategie en lobby?

Invloed werkt zelden als een expli­ciet dictaat; het werkt via gover­nance, agenda-setting en resource-asymmetrie.

  • Bij DDA is de gover­nance zicht­baar nauw verweven met grote opera­tors (met inter­na­ti­o­nale signa­tuur). De voorzit­terrol en bestuurs­ze­tels liggen bij partijen die een groot deel van de markt­foot­print verte­gen­woor­digen. Dat maakt het logisch dat DDA sterk inzet op “license to operate”: econo­mi­sche waarde, mainport-argumenten, en het temperen van restric­tief beleid.
  • Bij NLdigital is de basis veel breder (600+ leden), maar grote tech- en service­par­tijen hebben relatief veel capaci­teit om werkgroepen te voeden en consul­ta­tie­re­ac­ties te beïnvloeden. (h2owa​ter​net​werk​.nl)

Het effect daarvan zie je terug in de toon van lobby: liever “risico­gestuurde aanpak”, “inter­o­pe­ra­bi­li­teit”, “EU-kaders” en “strate­gi­sche autonomie” dan harde natio­nale uitslui­tingen of locatie-speci­fieke disclo­sure die politiek wapens kan worden.

Dat wil niet zeggen dat de branche­ver­e­ni­gingen één-op-één de lijn van hypers­ca­lers volgen. Maar het betekent wel dat hun “bandbreedte” vaak samen­valt met wat voor de grootste leden accep­tabel is — en dat trans­pa­rantie daardoor geregeld pas versnelt wanneer regel­ge­ving het afdwingt.

Waarom dit nu kantelt: transparantie wordt een randvoorwaarde voor groei

De sector kan zich geen langdu­rige half-trans­pa­rantie meer permit­teren. Niet om morele redenen, maar omdat vergun­ning­ver­le­ning, netpri­o­ri­te­ring en maatschap­pe­lijk draag­vlak ervan afhan­ke­lijk worden.

De publieke discussie is inmid­dels hard: media signa­leren expli­ciet dat gegevens ontbreken en dat overheden moeite hebben om complete beelden te krijgen. (NU​.nl) In een tijd van netcon­gestie en lokale water­stress is “trust me” geen beleidsinstrument.

Wat is een volwassen uitweg?

Als de branche­ver­e­ni­gingen hun legiti­mi­teit willen behouden, zijn drie stappen logisch:

  1. Van macro naar gecon­tro­leerde micro-trans­pa­rantie – Publi­ceer minimaal op locatie-niveau: jaarlijks stroom­ver­bruik, piekver­mogen, koelme­thode, water­bron (leiding/​grond/​oppervlakte), WUE-metho­diek en restwarmte-status. Niet om te shamen, maar om planning mogelijk te maken.
  2. Maak defini­ties audit­baar en uniform – Als PUE/WUE-rappor­tage leidt tot einde­loze discus­sies, verliest het draag­vlak. Branche­ver­e­ni­gingen moeten standaar­di­satie afdwingen bij leden, niet alleen “uitleggen waarom het lastig is”.
  3. Koppel trans­pa­rantie aan weder­ke­rig­heid ‑Trans­pa­rantie is geen eenrich­tings­ver­keer. Als sector kun je eisen dat beleids­ma­kers trans­pa­rant zijn over afwegings­ka­ders: welke waarde (banen, innovatie, digitale soeve­rei­ni­teit, warmte­netten) weegt mee tegen welke lokale druk (net, water, ruimte)?

De afgelopen tien jaar heeft de datacen­ter­sector in Neder­land vaak gepro­beerd tijd te winnen: door te relati­veren, te onder­han­delen over defini­ties en trans­pa­rantie te doseren. Die strategie was begrij­pe­lijk in een periode waarin datacen­ters nog als “bedrijfs­ma­tige vastgoedasset” werden gezien. Maar dat tijdperk is voorbij. Datacen­ters zijn kritieke infra­struc­tuur — en wie kritieke infra­struc­tuur wil uitbreiden in een schaar­s­te­land­schap, moet meetbaar, verge­lijk­baar en contro­leer­baar zijn. Trans­pa­rantie is geen last meer; het is de toegangspas tot de volgende groeifase.

DDA en NLdigital kunnen hun lobby “resetten” door trans­pa­rantie niet langer als defen­sief compli­ance-dossier te behan­delen, maar als een proac­tief sector­con­ve­nant dat vergun­ning­ver­le­ning en netplan­ning juist facili­teert. Concreet: spreek als vereni­gingen één gezamen­lijke Trans­pa­rantie- en Verant­woor­dings­code af waarin leden zich commit­teren aan jaarlijkse publi­catie (op locatie­ni­veau) van minimaal: totaal elektri­ci­teits­ver­bruik, gecon­trac­teerd en gemeten piekver­mogen, PUE (met meetgrenzen), WUE (met water­bron- en meetme­tho­diek), restwarmte-status en een korte toelich­ting op energie­flexi­bi­li­teit (bijv. batterijen/​curtailment/​demand response). Borg dit met een light-audit (derde partij, steek­proefs­ge­wijs) en een uniforme datas­ja­bloon die aansluit op EED-rappor­tage, zodat “één keer meten, meervoudig gebruiken” ontstaat. Koppel daar een lobby­deal aan: in ruil voor deze voorspel­bare, verifi­eer­bare trans­pa­rantie vragen DDA en NLdigital aan Rijk en decen­trale overheden een expli­ciet, openbaar afwegings­kader voor nieuwe aanslui­tingen en vergun­ningen (inclu­sief doorloop­tijden en criteria), zodat het debat verschuift van incident­ge­dreven veront­waar­di­ging naar bestuur­bare, toets­bare besluitvorming.

Marco Verzijl

Marco Verzijl

Marco Verzijl is voorzitter van de Save Energy Foundation en bestuurder bij Wcoolit BV en Zirrow BV

0 Reactie(s)

21 weergaven

0 Reactie(s)

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties gesloten

De reactiemogelijkheid is verlopen. (14 dagen)

Nieuwsbrief

Pin It on Pinterest

Share This