23 juli 2026

0 Reactie(s)

23 juli 2026

IDCA in rapport: “Europese datacentermarkt loopt steeds harder tegen grenzen van het stroomnet aan”

De snelle groei van AI zorgt ervoor dat de discussie over datacen­ters in Europa steeds minder draait om grond, glasvezel en bouwver­gun­ningen, en steeds vaker om de vraag waar voldoende elektri­ci­teit vandaan moet komen. Vooral in Neder­land, Ierland, Duits­land en Denemarken begint de beschik­bare netca­pa­ci­teit een harde grens te vormen voor verdere groei.

Wereld­wijd verbruiken datacen­ters inmid­dels naar schat­ting 67,7 gigawatt aan elektri­ci­teit. Dat komt overeen met ongeveer 1,9 procent van de totale mondiale elektri­ci­teits­pro­ductie en betekent een stijging van 17 procent in één jaar. AI-datacen­ters zagen hun stroom­ver­bruik in 2025 zelfs met ongeveer 50 procent toenemen. Volgens prognoses kan het totale wereld­wijde elektri­ci­teits­ge­bruik van datacen­ters richting 2030 oplopen tot circa 945 terawattuur, ruim twee keer zoveel als nu.

Europa neemt momen­teel ongeveer 122 terawattuur voor zijn rekening. Dat is minder dan de 277 terawattuur in Noord- en Zuid-Amerika, maar de impact op de beschik­bare Europese elektri­ci­teits­netten is relatief groot. Datacen­ters gebruiken gemid­deld 2,5 procent van de Europese elektri­ci­teit, tegen­over 0,8 procent in de regio Azië-Pacific.

Nederland behoort tot de zwaarst belaste markten

Vooral Neder­land springt eruit. Neder­landse datacen­ters verbruiken volgens het rapport circa 13,7 terawattuur per jaar. Daarmee is ongeveer 12 procent van het natio­nale elektri­ci­teitsnet aan datacen­ters toe te schrijven. Alleen Ierland en Singapore kennen een nog grotere relatieve belasting.

De cijfers laten zien waarom nieuwe hypers­ca­le­pro­jecten in Neder­land al langere tijd onder een vergroot­glas liggen. Zelfs wanneer een datacenter technisch en ruimte­lijk kan worden ingepast, betekent dit nog niet dat een netbe­heerder op korte termijn voldoende capaci­teit kan leveren.

Dat probleem speelt ook in Duits­land, waar datacen­ters naar schat­ting 48 terawattuur gebruiken. Dat is ongeveer 9,5 procent van het natio­nale elektri­ci­teits­ver­bruik. Frank­rijk beschikt met circa 14,3 terawattuur over een kleinere datacen­ter­be­las­ting en heeft volgens de analyse nog ongeveer 1,7 gigawatt aan theore­ti­sche ruimte voordat nieuwe elektri­ci­teits­pro­ductie noodza­ke­lijk wordt.

België bevindt zich in een andere uitgangs­po­sitie. Het rapport noemt geen uitzon­der­lijk hoge datacen­ter­be­las­ting voor het Belgi­sche net, terwijl het land wel over een relatief groot aandeel duurzame en CO2-arme elektri­ci­teit beschikt. Ongeveer 79,7 procent van de Belgi­sche elektri­ci­teits­pro­ductie wordt in de studie als duurzaam aange­merkt. Kernenergie is met 46,4 procent de grootste compo­nent, gevolgd door windenergie met 18,2 procent en zonne-energie met 9,7 procent.

Voor Luxem­burg wordt het aandeel duurzame elektri­ci­teit op 19,6 procent geschat. Het land scoort wel relatief gunstig wanneer de uitstoot wordt afgezet tegen de econo­mi­sche productie. Ook België en Neder­land behoren volgens deze maatstaf tot de effici­ën­tere Europese economieën.

Ierland kiest voor ‘breng uw eigen stroom mee’

Ierland laat zien welke richting het Europese beleid kan inslaan. Datacen­ters zijn daar inmid­dels goed voor meer dan een vijfde van het natio­nale elektri­ci­teits­ver­bruik. Na een periode van zware beper­kingen intro­du­ceerde de Ierse toezicht­houder eind 2025 een nieuw aansluit­be­leid voor grote energiegebruikers.

Nieuwe datacen­ters moeten voortaan in feite hun eigen elektri­ci­teits­voor­zie­ning organi­seren. Zij moeten over lokale of nabij­ge­legen produc­tie­ca­pa­ci­teit en opslag beschikken die hun maximale stroom­vraag kan afdekken. Deze elektri­ci­teit moet boven­dien beschik­baar komen voor de bredere Ierse energie­markt, zodat de instal­latie ook bijdraagt aan de stabi­li­teit van het natio­nale net.

Daarnaast moeten nieuwe facili­teiten binnen zes jaar minimaal 80 procent van hun jaarlijkse elektri­ci­teits­ge­bruik koppelen aan aanvul­lende hernieuw­bare energie­pro­jecten in Ierland. Een datacenter kan daardoor niet langer volstaan met het inkopen van bestaande groene stroomcertificaten.

Volgens het Global Energy Report 2026 van IDCA kunnen derge­lijke regio­nale voorwaarden noodza­ke­lijk worden omdat één wereld­wijde aanpak voor de energie­voor­zie­ning van datacen­ters niet bestaat. Natio­nale netstruc­turen, beschik­bare energie­bronnen, klimaat­doel­stel­lingen en het draag­vlak onder omwonenden verschillen daarvoor te sterk.

Warmte moet een bruikbaar product worden

Europa loopt onder­tussen voorop bij pogingen om datacen­ters niet alleen als energie­ver­brui­kers, maar ook als onder­deel van lokale energie­sys­temen te behan­delen. Vooral het herge­bruik van restwarmte krijgt daarbij aandacht.

In Finland werkt Micro­soft samen met energie­be­drijf Fortum aan datacen­ters die uitein­de­lijk ongeveer 40 procent van de stads­ver­war­ming voor circa 250.000 inwoners moeten leveren. Een ander datacenter in Helsinki brengt de afgevangen warmte op een tempe­ra­tuur van ongeveer 90 graden, zodat deze in een stede­lijk warmtenet kan worden gebruikt.

Ook in Denemarken leveren datacen­ters al warmte aan gemeen­te­lijke netwerken. In Ierland bespaarde het warmtenet van Tallaght in het eerste jaar naar schat­ting 1.100 ton CO2 door warmte van een nabij­ge­legen datacenter naar andere gebouwen te trans­por­teren. Stock­holm heeft inmid­dels ongeveer dertig datacen­ters op het stads­ver­war­mingsnet aangesloten.

Voor Neder­land en België is deze ontwik­ke­ling relevant, maar restwarm­te­be­nut­ting is alleen haalbaar wanneer datacen­ters dicht genoeg bij woningen, kantoren, kassen of industriële afnemers liggen. Ook moeten warmte­netten beschik­baar zijn en moeten tempe­ra­tuur, leverings­ze­ker­heid en seizoens­ge­bonden vraag op elkaar aansluiten.

Waterbesparing kan elektriciteitsvraag verhogen

Een andere Europese uitda­ging is de overstap naar vloei­stof­koe­ling. Direct-to-chipkoe­ling met een gesloten water­cir­cuit kan het lokale water­ge­bruik sterk terug­dringen. Dat is vooral belang­rijk in regio’s waar drink­water en industrie­water schaars worden.

De keerzijde is dat sommige vloei­stof­koel­sys­temen meer elektri­sche appara­tuur nodig hebben, zoals pompen en warmte­wis­se­laars. Het milieu­pro­bleem kan daarmee verschuiven van de water­voor­zie­ning naar het elektriciteitsnet.

Daar komt bij dat het indirecte water­ge­bruik buiten het datacenter vaak buiten beeld blijft. Zelfs een datacenter dat zelf nauwe­lijks water gebruikt, kan indirect een aanzien­lijke water­voet­af­druk hebben wanneer de elektri­ci­teit wordt gepro­du­ceerd in conven­ti­o­nele centrales die veel koelwater nodig hebben.

Niet alleen méér energie, maar ook minder verspilling

De Europese discussie hoeft daarom niet uitslui­tend over nieuwe centrales, netver­zwa­ring en batte­rij­parken te gaan. Datacen­ters kunnen ook capaci­teit vrijmaken door ongebruikte appli­ca­ties, cloudom­ge­vingen en contai­ners uit te schakelen.

In de Verenigde Staten zou ongeveer 13 procent van het datacenter­ver­bruik naar derge­lijke ‘zombie workloads’ gaan. Dat verte­gen­woor­digt meer dan 3 gigawatt aan verspilde capaci­teit. Hoewel het rapport hiervoor geen afzon­der­lijk Europees cijfer geeft, ligt het voor de hand dat ook Europese organi­sa­ties ongebruikte cloud­re­sources en servers in bedrijf houden.

Voor datacen­ter­o­pe­ra­tors en cloud­ge­brui­kers in de Benelux betekent dit dat energie­be­heer steeds verder de IT-omgeving in schuift. Het optima­li­seren van koeling en stroom­dis­tri­butie blijft belang­rijk, maar ook appli­ca­tie­be­heer, worklo­ad­plan­ning en capaci­teits­ma­na­ge­ment worden onder­deel van de energievraag.

De conclusie voor Europa is daarmee duide­lijk: nieuwe datacen­ters zullen vaker moeten aantonen wat zij aan het energie­sys­teem toevoegen. Alleen stroom afnemen is in markten met netcon­gestie steeds minder houdbaar. Eigen opwek­king, batte­rij­op­slag, flexi­bele workloads, warmte­be­nut­ting en het verwij­deren van verspilde IT-capaci­teit worden daardoor geen losse duurzaam­heids­maat­re­gelen, maar voorwaarden voor verdere groei.

Robbert Hoeffnagel

Robbert Hoeffnagel

Editor en journalist @ DCpedia

0 Reactie(s)

5 weergaven

0 Reactie(s)

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties gesloten

De reactiemogelijkheid is verlopen. (14 dagen)

Nieuwsbrief

Pin It on Pinterest

Share This