13 oktober 2026

0 Reactie(s)

13 oktober 2026

De werkelijke prijs en waarde van AI: van AI Spend naar meetbare prestaties, energie en maatschappelijke impact

Kunst­ma­tige intel­li­gentie ontwik­kelt zich in een ongekend tempo. Wereld­wijd inves­teren onder­ne­mingen, overheden en onder­zoeks­in­stel­lingen miljarden in AI-modellen, gespe­ci­a­li­seerde hardware en nieuwe datacen­ter­in­fra­struc­tuur. Tegelij­ker­tijd groeit de afhan­ke­lijk­heid van AI in vrijwel alle econo­mi­sche sectoren.

We spreken uitge­breid over de mogelijk­heden van AI. Over produc­ti­vi­teit, innovatie, automa­ti­se­ring en econo­mi­sche groei. Maar een funda­men­tele vraag blijft opval­lend vaak onbeantwoord:

Wat kost AI ons daadwerkelijk, in geld, energie, water en grondstoffen, en wat krijgen we daarvoor terug?

Het antwoord is veel ingewik­kelder dan een factuur van een cloud­pro­vider of het elektri­sche vermogen van een GPU.

Een organi­satie kan precies weten hoeveel zij jaarlijks aan AI-diensten betaalt, zonder te weten hoeveel van die uitgaven werke­lijk bijdragen aan haar bedrijfs­re­sul­taat. Een datacenter kan beschikken over uitste­kende energie-effici­ën­tie­cij­fers, terwijl ondui­de­lijk blijft of de onder­lig­gende AI-hardware effec­tief wordt benut. Een AI-model kan steeds sneller antwoorden produ­ceren, terwijl niemand meet hoeveel van die antwoorden daadwer­ke­lijk bruik­baar zijn.

Wij vinden dat dit moet veranderen.

Vanuit Zirrow en Stich­ting Save Energy Founda­tion pleiten wij voor een volgende generatie prestatie-indica­toren die de volle­dige keten inzich­te­lijk maakt: van elektri­ci­teits­aan­slui­ting en koeling tot GPU, AI-model, appli­catie, finan­cieel resul­taat en maatschap­pe­lijke impact.

Onze overtui­ging is eenvoudig:

Wat je meet, kun je verbeteren. Wat je verbetert, moet je kunnen bewijzen.

1. AI maakt het noodza­ke­lijk om opnieuw naar effici­ëntie te kijken

Volgens het Inter­na­ti­onal Energy Agency (IEA) verbruikten datacen­ters wereld­wijd in 2024 ongeveer 415 TWh elektri­ci­teit. In het basis­sce­nario van het IEA kan dit groeien naar circa 945 TWh in 2030. AI is een belang­rijke aanjager van die groei.

Dat betekent niet automa­tisch dat iedere AI-toepas­sing ineffi­ciënt is. Integen­deel: techno­lo­gi­sche ontwik­ke­lingen kunnen het energie­ver­bruik per uitge­voerde taak aanzien­lijk verlagen.

Maar daar zit precies het probleem.

Als één AI-verzoek aanzien­lijk effici­ënter wordt, terwijl het aantal verzoeken honderd­voudig groeit, kan het totale energie­ver­bruik alsnog fors stijgen.

We moeten daarom twee verschil­lende ontwik­ke­lingen afzon­der­lijk meten: de effici­ëntie van één AI-taak en het totale absolute verbruik van alle AI-activi­teiten samen.

Een dalend energie­ver­bruik per token is positief. Maar wanneer het totale aantal tokens explo­sief groeit, kan de samen­le­ving deson­danks met een toene­mende belas­ting van elektri­ci­teits­netten, water­bronnen en grond­stoffen worden geconfronteerd.

Datzelfde principe geldt voor de finan­ciële kant.

Een lagere prijs per miljoen tokens betekent niet noodza­ke­lijk dat een onder­ne­ming minder aan AI uitgeeft. Wanneer medewer­kers meer AI-verzoeken indienen, agentic AI-systemen zelfstandig tientallen achter­lig­gende opdrachten uitvoeren en steeds grotere modellen worden gebruikt, kan de totale AI Spend juist toenemen.

Lagere eenheidskosten zijn niet hetzelfde als lagere totale kosten. En hogere AI-productie is niet hetzelfde als hogere productiviteit.

Dit onder­scheid vormt de basis van onze visie.

2. Bestaande datacenter-KPI’s zijn noodzakelijk, maar vertellen slechts een deel van het verhaal

De datacen­ter­sector heeft de afgelopen jaren belang­rijke stappen gezet in het ontwik­kelen van meetstandaarden.

Power Usage Effec­ti­ve­ness (PUE) geeft inzicht in de verhou­ding tussen het totale energie­ver­bruik van een datacenter en het energie­ver­bruik van de IT-apparatuur.

Water Usage Effec­ti­ve­ness (WUE) maakt water­ge­bruik inzich­te­lijk ten opzichte van het IT-energieverbruik.

Daarnaast bestaan indica­toren voor hernieuw­bare energie, herge­bruik van restwarmte en CO₂-uitstoot.

Europese regel­ge­ving heeft deze ontwik­ke­ling verder versterkt. De Energy Effici­ency Direc­tive en de gedele­geerde veror­de­ning EU 2024/​1364 verplichten exploi­tanten van datacen­ters met een geïnstal­leerd IT-vermogen vanaf 500 kW tot rappor­tage van relevante energie- en duurzaamheidsgegevens.

Dat is een belang­rijke ontwikkeling.

Maar met de komst van AI ontstaat een funda­men­tele beper­king van deze indicatoren.

Een datacenter met een PUE van 1,15 kan technisch uitste­kend functi­o­neren, terwijl een aanzien­lijk deel van de AI-capaci­teit onbenut blijft. Ook kan een datacenter zeer efficiënt koelen, terwijl de gebruikte AI-modellen onnodig groot zijn voor de taken die zij uitvoeren.

Het energie­ver­bruik van het gebouw is dan goed beheerst, maar over de econo­mi­sche en functi­o­nele effici­ëntie van de AI-workloads weten we nog onvoldoende.

Een lage PUE bewijst niet dat er zinvol met AI wordt omgegaan.

Daarom willen wij de tradi­ti­o­nele infra­struc­tuur­in­di­ca­toren verbinden met KPI’s die het werke­lijke gebruik en resul­taat van kunst­ma­tige intel­li­gentie meten.

Niet alleen hoeveel energie er naar een IT-omgeving gaat, maar ook:

  • Hoeveel effec­tieve AI-werkzaam­heden worden uitgevoerd?
  • Hoeveel daarvan leveren daadwer­ke­lijk een bruik­baar resul­taat op?
  • Welke kosten staan daar tegenover?
  • Hoe efficiënt worden hardware en software benut?
  • Hoeveel energie en water is aan deze werkzaam­heden toe te rekenen?
  • Welke econo­mi­sche en maatschap­pe­lijke meerwaarde ontstaat daardoor?

Voor ons begint de volgende fase van duurzaam­heid bij die verbinding.

3. AI Spend: de werkelijke financiële kosten van kunstmatige intelligentie

Een van de belang­rijkste nieuwe aandachts­ge­bieden is AI Spend.

Bij tradi­ti­o­nele IT spreken organi­sa­ties al jaren­lang over IT Spend en Cloud Spend. Met de snelle opkomst van AI ontstaat een nieuwe kosten­struc­tuur die steeds moeilijker te doorgronden wordt.

AI Spend bestaat uit veel meer dan de kosten van API-verzoeken of een abonne­ment op een AI-platform.

Denk aan de aanschaf of huur van GPU-capaci­teit, cloud­com­pute, model­li­cen­ties, tokens, opslag, netwerk­ver­keer, databases, softwa­re­ont­wik­ke­ling, bevei­li­ging, monito­ring, energie, koeling, onder­houd en het opera­ti­o­nele beheer.

Daarnaast kunnen kosten ontstaan door het trainen, aanpassen en voort­du­rend opnieuw evalu­eren van modellen.

Wij willen AI Spend op verschil­lende niveaus inzich­te­lijk maken.

Kosten per token

De prijs per miljoen input- en output­to­kens is een bruik­bare finan­ciële indicator, maar onvol­doende om AI-modellen eerlijk te vergelijken.

Output­to­kens kunnen een andere prijs hebben dan input­to­kens. Ook kunnen modellen sterk verschillen in de hoeveel­heid tokens die zij nodig hebben om een gelijk­waardig resul­taat te bereiken.

Daarom moeten de hoeveel­heid tokens, de kosten en het geleverde kwali­teits­ni­veau gezamen­lijk worden beoordeeld.

Kosten per AI-verzoek

Een tweede indicator is de gemid­delde prijs per uitge­voerde AI-aanvraag.

Daarbij moeten niet alleen de zicht­bare kosten worden meege­nomen, maar ook achter­lig­gende hande­lingen zoals model­rou­ting, zoekop­drachten, retrieval, herhaalde pogingen en aanvul­lende modelaanroepen.

Een ogenschijn­lijk eenvou­dige gebrui­kers­vraag kan immers leiden tot meerdere interne AI-processen.

Kosten per succesvolle AI-taak

Dit is volgens ons een van de belang­rijkste KPI’s die ontwik­keld moeten worden.

Niet het aantal gegene­reerde antwoorden bepaalt de waarde, maar het aantal antwoorden dat daadwer­ke­lijk bruik­baar is.

Wanneer een AI-systeem 100.000 antwoorden produ­ceert, maar slechts 70.000 daarvan voldoen aan de vooraf vastge­stelde kwali­teits­cri­teria, moeten de kosten worden afgezet tegen die 70.000 succes­volle resultaten.

Dat kan tot een volledig ander beeld leiden dan wanneer uitslui­tend de kosten per verzoek worden gemeten.

AI Spend per bedrijfsproces

Uitein­de­lijk moet een organi­satie kunnen vaststellen hoeveel AI bijdraagt aan speci­fieke bedrijfsactiviteiten.

Bijvoor­beeld bij klanten­ser­vice, softwa­re­ont­wik­ke­ling, document­ver­wer­king, fraude­de­tectie, medische onder­steu­ning of logis­tieke planning.

Pas wanneer de kosten van AI aan een concreet bedrijfs­proces worden gekop­peld, ontstaat de mogelijk­heid om de econo­mi­sche meerwaarde te bepalen.

Wij willen AI Spend veran­deren van een moeilijk contro­leer­bare kosten­post in een bestuur­bare inves­te­ring met aantoon­bare opbrengsten.

4. Van energieverbruik per GPU naar energieverbruik per bruikbaar resultaat

Naast de finan­ciële kosten willen we de energie-effici­ëntie van AI veel nauwkeu­riger meten.

Bij de beoor­de­ling van AI-hardware wordt vaak gekeken naar maximale reken­kracht, geheugen, GPU-bezet­ting of elektriciteitsverbruik.

Die indica­toren zijn waardevol, maar vertellen niet het volle­dige verhaal.

Een GPU die voort­du­rend actief is, hoeft niet noodza­ke­lijk produc­tief te zijn. Een model dat veel tokens genereert, hoeft niet daadwer­ke­lijk betere resul­taten op te leveren.

Wij willen daarom een koppe­ling leggen tussen het elektri­ci­teits­ver­bruik en de daadwer­ke­lijke functi­o­nele prestaties.

Daaruit ontstaan nieuwe mogelijke indicatoren.

Energy per Token meet hoeveel energie gemid­deld nodig is om een token te verwerken of genereren.

Energy per Inference geeft inzicht in de energie die nodig is om één AI-verzoek af te handelen.

Energy per Succes­sful Task gaat een belang­rijke stap verder: hoeveel energie is nodig om één taak succesvol af te ronden?

Useful AI Output per kWh draait de verge­lij­king om: hoeveel aantoon­baar bruik­bare AI-resul­taten worden geleverd per verbruikte kilowattuur?

Voor alle indica­toren geldt dat verge­lij­kingen alleen zinvol zijn wanneer dezelfde type werkzaam­heden, kwali­teits­cri­teria en prestatie-eisen worden gehanteerd.

Denk aan reactie­tijd, nauwkeu­rig­heid, betrouw­baar­heid en beschikbaarheid.

Een systeem dat bijzonder weinig energie verbruikt, maar te traag is voor de gevraagde toepas­sing, is immers niet automa­tisch de beste oplossing.

Wij willen energie-effici­ëntie daarom niet los zien van de geleverde prestaties.

De centrale vraag moet zijn:

Hoeveel nuttige AI-capaci­teit kunnen we leveren met een zo laag mogelijk werke­lijk energie­ver­bruik, zonder dat presta­ties, betrouw­baar­heid of kwali­teit daaronder lijden?

5. Water: een steeds belangrijkere, maar nog onvoldoende zichtbare kostenfactor

Het water­ver­bruik van AI verdient bijzon­dere aandacht.

Datacen­ters gebruiken, afhan­ke­lijk van hun koeltech­no­logie, water voor het afvoeren van warmte. Daarnaast ontstaat indirect water­ge­bruik bij onder meer elektri­ci­teits­pro­ductie en de vervaar­di­ging van hardware.

Er bestaat echter een groot verschil tussen water­ont­trek­king, daadwer­ke­lijk water­ver­bruik en de gevolgen daarvan voor lokale watervoorraden.

Een liter water die wordt gebruikt in een gebied met overvloe­dige water­voor­raden heeft niet noodza­ke­lijk dezelfde maatschap­pe­lijke impact als een liter water in een regio die struc­tu­reel met droogte kampt.

Daarom vinden wij dat Water Usage Effec­ti­ve­ness moet worden aange­vuld met een AI-speci­fieke benadering.

Wij denken aan indica­toren zoals Water per Inference, Water per Succes­sful Task en een Water Stress Impact Indicator.

Die laatste indicator zou het water­ver­bruik kunnen relateren aan de lokale beschik­baar­heid en schaarste van water.

Ook willen wij onder­scheid maken tussen direct water­ge­bruik binnen een datacenter, indirect water­ge­bruik in de elektri­ci­teits­keten en water­ge­bruik dat samen­hangt met de productie van hardware.

Daarbij moeten de meetgrenzen steeds expli­ciet worden vermeld, zodat verschil­lende soorten waterim­pact niet ten onrechte bij elkaar worden opgeteld.

De ontwik­ke­ling van derge­lijke indica­toren is relevant voor zowel AI-gebrui­kers als datacen­te­r­ex­ploi­tanten en overheden.

Want de maatschap­pe­lijke vraag is niet uitslui­tend hoeveel water een AI-toepas­sing gebruikt, maar ook waar en onder welke omstan­dig­heden dat gebeurt.

6. Welke AI-KPI’s willen wij ontwikkelen?

Wij zien mogelijk­heden voor een geïnte­greerd AI-meetmodel waarin bestaande standaarden worden gecom­bi­neerd met nieuwe indicatoren.

Meetge­biedBestaande of voorge­stelde KPI’sWat moet inzich­te­lijk worden?
Infra­struc­tuurPUE, WUE, ERF, REFEnergie, water, restwarmte en hernieuw­bare energie
HardwareGPU-utili­za­tion, GPU-energie, geheugenbenuttingEffec­tief gebruik van beschik­bare capaciteit
InferenceWh per inference, joule per tokenEnergie-effici­ëntie van AI-verzoeken
AI-presta­tiesLatency, throughput, taaknauwkeurigheidSnelheid, kwali­teit en betrouwbaarheid
AI SpendKosten per token, verzoek, model en workloadWerke­lijke finan­ciële AI-kosten
AI-effici­ëntieKosten per succes­volle taakKosten in verhou­ding tot bruik­bare resultaten
Waterim­pactWater per AI-taak, water­stress-gewogen impactDirecte en indirecte waterbelasting
Klimaat­im­pactgCO₂e per taak, totale emissiesEmissie-inten­si­teit én absolute uitstoot
Circu­la­ri­teitEcono­mi­sche levens­duur, embodied carbon per nuttige prestatieEffec­tief en langdurig gebruik van hardware
Bedrijfs­waardeNetto bespa­ring, AI Return on InvestmentAantoon­bare finan­ciële toege­voegde waarde
Maatschap­pe­lijke waardePublieke impact per ingezette hulpbronBijdrage aan maatschap­pe­lijke doelstellingen
Bewijs­kwa­li­teitMeetdek­king, datakwa­li­teit, herleidbaarheidBetrouw­baar­heid en contro­leer­baar­heid van claims

Een deel van deze indica­toren bestaat al in inter­na­ti­o­nale standaarden of bench­mar­king­me­thoden. Andere indica­toren zijn voorstellen die verdere ontwik­ke­ling, praktijk­va­li­datie en standaar­di­se­ring vereisen.

Wij willen niet opnieuw het wiel uitvinden. Juist het combi­neren van bestaande meetstan­daarden met ontbre­kende AI-speci­fieke indica­toren kan een belang­rijke bijdrage leveren aan een beter meetbaar AI-ecosysteem.

7. De werkelijke benutting van AI-hardware: misschien wel de grootste kans op verbetering

AI-hardware verte­gen­woor­digt een enorme investering.

Geavan­ceerde GPU-systemen zijn kostbaar in aanschaf, vragen aanzien­lijke hoeveel­heden energie en bevatten materi­alen en compo­nenten met een eigen ecolo­gi­sche voetafdruk.

Toch zegt de aanwe­zig­heid van veel reken­kracht weinig over de effec­tieve benut­ting ervan.

Een organi­satie kan beschikken over meerdere GPU-servers die gedurende een groot deel van de dag slechts gedeel­te­lijk worden gebruikt.

Tegelij­ker­tijd kunnen andere organi­sa­ties nieuwe hardware aanschaffen omdat zij onvol­doende inzicht hebben in de beschik­bare capaciteit.

Wij zien daarom een belang­rijke rol voor het meten van daadwer­ke­lijke benutting.

Daarbij gaat het niet alleen om GPU-activi­teit, maar ook om geheu­gen­be­nut­ting, verwer­kings­snel­heid, wacht­tijden, beschik­bare capaci­teit en de verhou­ding tussen gereser­veerde en werke­lijk gebruikte compute.

Een hoge GPU-utili­za­tion is overi­gens niet automa­tisch optimaal. In veel toepas­singen is vrije capaci­teit noodza­ke­lijk om piekbe­las­ting op te vangen en respons­tijden te garanderen.

Juist daarom willen wij meten hoeveel capaci­teit functi­o­neel noodza­ke­lijk is en hoeveel capaci­teit struc­tu­reel onbenut blijft.

Dit opent mogelijk­heden voor betere worklo­ad­plan­ning, model­rou­ting, conso­li­datie van workloads en een langere econo­mi­sche levens­duur van hardware.

Wanneer bestaande infra­struc­tuur beter wordt benut, kunnen nieuwe inves­te­ringen mogelijk worden uitge­steld of vermeden.

Dat levert niet alleen finan­ciële voordelen op, maar kan ook de vraag naar nieuwe hardware, grond­stoffen en additi­o­nele elektri­ci­teits­in­fra­struc­tuur beperken.

De duurzaamste GPU is niet per definitie de nieuwste of de zuinigste GPU, maar de GPU die binnen de vereiste kwali­teit en levens­duur de meeste bruik­bare waarde levert per ingezette hulpbron.

8. Het belang van AI-modelkeuze en software-efficiëntie

Een ander belang­rijk aandachts­punt is de keuze van AI-modellen.

Niet iedere AI-taak vereist het grootste, krach­tigste of duurste model.

Voor eenvou­dige classi­fi­ca­ties, samen­vat­tingen, infor­matie-extractie of routi­ne­ma­tige bedrijfs­pro­cessen kan een kleiner gespe­ci­a­li­seerd model voldoende zijn.

Ook technieken zoals quanti­za­tion, caching, batching en effici­ënte inference-engines kunnen de benodigde capaci­teit verminderen.

Daarom willen wij niet alleen de hardware meten, maar ook het effect van de softwarearchitectuur.

Welke modellen worden voor welke taken ingezet? Hoeveel verzoeken hadden met een kleiner model afgehan­deld kunnen worden? Hoeveel extra verbruik veroor­zaken onnodig lange prompts, herha­lingen of mislukte AI-antwoorden?

Met derge­lijke inzichten kunnen organi­sa­ties hun AI-omgeving continu optimaliseren.

Het doel is niet om kunst­ma­tige intel­li­gentie zo beperkt mogelijk te gebruiken, maar om de juiste hoeveel­heid AI in te zetten voor de juiste taak.

Daarmee ontstaat een relatie tussen model­keuze, kwali­teit, kosten en duurzaamheid.

Wij noemen dit het streven naar AI Right-Sizing.

Niet maximale reken­kracht als uitgangs­punt, maar de minimaal noodza­ke­lijke middelen voor het gewenste resultaat.

9. De bewijslaag: waar Zirrow het verschil kan maken

Alleen KPI’s defini­ëren is niet voldoende.

De belang­rijkste uitda­ging is het verza­melen, combi­neren en betrouw­baar inter­pre­teren van de onder­lig­gende gegevens.

Datacen­ters meten hun energie­ver­bruik. GPU-manage­ment­sys­temen verza­melen hardwa­re­tele­me­trie. AI-platforms registreren tokens, modelaan­roepen en presta­ties. Finan­ciële systemen bevatten de kosten en facturen.

Maar deze gegevens bevinden zich vaak in verschil­lende systemen en zijn niet automa­tisch met elkaar verbonden.

Precies hier zien wij de strate­gi­sche rol van Zirrow.

Zirrow kan zich ontwik­kelen tot een onafhan­ke­lijke, techno­logie- en leveran­ciers­over­stij­gende bewijs­laag die gegevens uit verschil­lende bronnen samen­brengt en vertaalt naar bruik­bare, contro­leer­bare KPI’s.

Wij onder­scheiden daarbij vier niveaus.

De infra­struc­tuur­laag – Hier meten we het energie­ver­bruik van het datacenter, de stroom­voor­zie­ning, de koeling, het water­ge­bruik, de restwarmte en de relevante omgevingscondities.

De hardwa­re­laag – Hier verza­melen we gegevens over servers, GPU’s, CPU’s, geheugen, opslag en netwerk­com­po­nenten. Ook het verbruik tijdens inacti­vi­teit en het vermogen dat nodig is voor beschik­baar­heid en redun­dantie verdienen aandacht.

De software- en AI-laag – Hier meten we welke modellen en appli­ca­ties gebruik­maken van de beschik­bare capaci­teit, hoeveel taken worden uitge­voerd en welke presta­ties daadwer­ke­lijk worden geleverd.

De financiële en maatschappelijke bewijslaag

Hier verbinden we het daadwer­ke­lijke gebruik met de finan­ciële kosten, de behaalde bedrijfs­re­sul­taten en de relevante duurzaamheidsindicatoren.

Juist die laatste koppe­ling ontbreekt bij veel tradi­ti­o­nele monitoringsystemen.

Voor de geloof­waar­dig­heid is het essen­tieel dat gegevens zo veel mogelijk recht­streeks afkom­stig zijn uit meetap­pa­ra­tuur, techni­sche logbe­standen en gevali­deerde admini­stra­tieve bronnen.

Wanneer exacte metingen ontbreken, kunnen bereke­ningen en alloca­tie­mo­dellen worden gebruikt, mits duide­lijk zicht­baar blijft welke uitkom­sten zijn gemeten en welke zijn geschat.

Een betrouw­bare bewijs­laag moet ook de meetpe­riode, bronge­ge­vens, systeem­grenzen, gebruikte bereke­nings­me­tho­diek en onzeker­heden kunnen vastleggen.

Zo ontstaat niet alleen een dashboard, maar een contro­leer­baar funda­ment voor techni­sche, finan­ciële en duurzaamheidsbeslissingen.

10. De rol van Stichting Save Energy Foundation

Waar Zirrow de techni­sche mogelijk­heden kan ontwik­kelen om presta­ties te meten en inzich­te­lijk te maken, zien wij voor Stich­ting Save Energy Founda­tion een bredere maatschap­pe­lijke rol.

De stich­ting kan bijdragen aan de ontwik­ke­ling, toetsing en versprei­ding van onafhan­ke­lijke meetme­tho­dieken voor verant­woord AI-gebruik.

Dat is belang­rijk omdat de discussie over AI en duurzaam­heid momen­teel vaak wordt gevoerd vanuit verschil­lende, soms tegen­strij­dige belangen.

Hardwa­re­pro­du­centen benadrukken de effici­ëntie van hun nieuwste systemen. Cloud­pro­vi­ders wijzen op de dalende kosten van AI-verzoeken. Datacen­te­r­ex­ploi­tanten tonen verbe­te­ringen in PUE en energievoorziening.

Al deze ontwik­ke­lingen kunnen waardevol zijn, maar vormen gezamen­lijk nog geen volledig en onafhan­ke­lijk beeld.

Wij zien daarom ruimte voor een gezamen­lijke aanpak waarin kennis­in­stel­lingen, datacen­ter­or­ga­ni­sa­ties, AI-ontwik­ke­laars, onder­ne­mingen, overheden en maatschap­pe­lijke partijen samen­werken aan een breed gedragen meetkader.

Stich­ting Save Energy Founda­tion kan hierin optreden als initi­a­tief­nemer, kennis­ver­binder en aanjager van transparantie.

Daarbij hoort ook een duide­lijke schei­ding tussen commer­ciële techno­lo­gie­ont­wik­ke­ling en onafhan­ke­lijke beoordeling.

De stich­ting kan bijdragen aan open defini­ties, trans­pa­rante metho­dieken en onafhan­ke­lijke praktijk­toet­sing. Formele certi­fi­ce­ring of assurance vereist afzon­der­lijke deskun­dig­heid, proce­dures en waar nodig accreditatie.

Ons uitgangs­punt is dat een goede KPI niet afhan­ke­lijk mag zijn van één leveran­cier of commer­cieel platform.

De methode moet herhaal­baar, contro­leer­baar en zoveel mogelijk verge­lijk­baar zijn.

Duurzaam­heid mag geen marke­ting­claim zijn. Zij moet kunnen worden onder­bouwd met betrouw­bare gegevens.

11. De financiële voordelen voor onze klanten

Wij zijn ervan overtuigd dat betrouw­bare AI-data niet uitslui­tend een kosten­post is.

Sterker nog: inzicht in het werke­lijke gebruik van AI kan een zelfstandig verdien­model opleveren.

Dat komt doordat organi­sa­ties met gedetail­leerde meetge­ge­vens gericht kunnen sturen op effici­ën­tere hardwa­re­be­nut­ting, lagere cloud­kosten, betere model­keuze en minder onnodige verwerking.

Stel dat een onder­ne­ming jaarlijks € 1 miljoen uitgeeft aan AI-diensten.

Door inzicht te krijgen in het werke­lijke gebruik ontdekt zij mogelijk dat bepaalde taken met goedko­pere modellen kunnen worden uitge­voerd, dat een deel van de verzoeken onnodig wordt herhaald en dat gereser­veerde GPU-capaci­teit struc­tu­reel onvol­doende wordt benut.

Wanneer de organi­satie daardoor 15% van haar jaarlijkse AI-uitgaven kan vermijden, levert dat een bruto bespa­ring van € 150.000 per jaar op.

Dit is een illustra­tief scenario, geen algemene besparingsgarantie.

De netto opbrengst hangt af van de benodigde meetin­ves­te­ringen, imple­men­ta­tie­kosten, eventuele presta­tie­ver­an­de­ringen en het werke­lijk gerea­li­seerde kostenverschil.

Maar het illustreert wel waarom wij AI Spend-monito­ring als een poten­tieel econo­misch aantrek­ke­lijke activi­teit beschouwen.

De finan­ciële voordelen kunnen boven­dien verder gaan dan de directe AI-factuur.

Een betere benut­ting van bestaande infra­struc­tuur kan inves­te­ringen in nieuwe hardware uitstellen. Effec­tieve capaci­teits­plan­ning kan bijdragen aan lagere opera­ti­o­nele kosten. Inzicht in softwa­re­ge­bruik kan overbo­dige licen­ties zicht­baar maken.

En wanneer een organi­satie de econo­mi­sche levens­duur van bestaande hardware verant­woord kan verlengen, ontstaat mogelijk ook een lagere kapitaalbehoefte.

De centrale busines­scase is niet hoeveel monito­ring kost, maar hoeveel aantoon­bare waarde de inzichten opleveren nadat de kosten van meten en verbe­teren zijn afgetrokken.

12. Van AI Return on Investment naar maatschappelijke waarde

Voor onder­ne­mingen is een positieve Return on Invest­ment belangrijk.

Maar AI heeft ook gevolgen die niet direct op een finan­ciële resul­ta­ten­re­ke­ning zicht­baar worden.

Denk aan de belas­ting van regio­nale elektri­ci­teits­netten, het gebruik van schaars drink­water, de behoefte aan nieuwe datacen­ter­lo­ca­ties, de productie van aanvul­lende hardware en de bijbe­ho­rende materiaalstromen.

Aan de andere kant kan AI juist bijdragen aan maatschap­pe­lijke verbeteringen.

Bijvoor­beeld door medische processen te onder­steunen, energie­ver­bruik in gebouwen te optima­li­seren, logis­tieke ketens effici­ënter te maken, admini­stra­tieve werkzaam­heden te vermin­deren of weten­schap­pe­lijk onder­zoek te versnellen.

Daarom vinden wij dat maatschap­pe­lijke impact onder­deel moet worden van een volwassen AI-meetmodel.

We moeten niet uitslui­tend kijken naar de ecolo­gi­sche voetaf­druk van AI, maar ook naar de aantoon­bare positieve effecten van haar toepassing.

Een AI-oplos­sing die 10 MWh verbruikt, maar daarmee aantoon­baar 100 MWh elders in een proces bespaart, kan vanuit maatschap­pe­lijk perspec­tief waardevol zijn.

Maar derge­lijke claims vragen om een betrouw­bare verge­lij­king met een situatie zonder die AI-toepas­sing. Boven­dien moeten alle relevante aanvul­lende kosten en effecten worden meege­nomen en dubbel­tel­lingen worden voorkomen.

Voor ons is de echte uitda­ging daarom het ontwik­kelen van een metho­diek waarin zowel de negatieve impact als de positieve bijdrage van AI trans­pa­rant zicht­baar worden.

Niet alles is daarbij terug te brengen tot één getal.

Energie, water, CO₂, biodi­ver­si­teit, produc­ti­vi­teit en maatschap­pe­lijke kwali­teit verte­gen­woor­digen verschil­lende belangen.

Een goede AI-beoor­de­ling moet die belangen inzich­te­lijk maken, zonder de indruk te wekken dat alle effecten eenvoudig onder­ling uitwis­sel­baar zijn.

13. Van individuele organisaties naar een duurzamer AI-ecosysteem

Wanneer steeds meer organi­sa­ties op verge­lijk­bare wijze hun AI-presta­ties meten, ontstaat een veel grotere mogelijkheid.

Dan kunnen we niet alleen afzon­der­lijke systemen verbe­teren, maar ook leren welke infra­struc­tuur, hardwa­re­con­fi­gu­ra­ties, modellen en softw­are­ar­chi­tec­turen onder verge­lijk­bare omstan­dig­heden het beste functioneren.

Daarmee wordt bench­mar­king mogelijk op basis van werke­lijke prestaties.

Bijvoor­beeld tussen verschil­lende inference-omgevingen, cloud­le­ve­ran­ciers, datacen­ter­con­fi­gu­ra­ties en AI-modellen.

Ook kunnen we beter begrijpen wanneer lokale AI-infra­struc­tuur econo­misch en ecolo­gisch aantrek­ke­lijker is dan het gebruik van een publieke cloud.

En wanneer verwer­king op kleinere schaal, dichter bij de gebruiker, de voorkeur verdient.

Niet iedere AI-toepas­sing vraagt om een hyperscale-omgeving.

Dit kan kansen bieden voor modulaire AI-infra­struc­tuur, regio­nale AI-diensten en soeve­reine Europese toepassingen.

De keuze voor een bepaalde infra­struc­tuur moet echter worden gemaakt op basis van aantoon­bare presta­ties, kosten en maatschap­pe­lijke impact, niet uitslui­tend op basis van techno­lo­gie­voor­keur of marketing.

Wij willen juist die objec­tieve verge­lij­king mogelijk maken.

Dat kan bijdragen aan trans­pa­ran­tere inkoop­voor­waarden, betere inves­te­rings­be­slis­singen en maatschap­pe­lijk verant­woorde groei van AI.

14. Europese regelgeving: van rapportage naar aantoonbare prestaties

De Europese Unie heeft met de Energy Effici­ency Direc­tive een belang­rijke stap gezet richting meer trans­pa­rantie over de duurzaam­heid van datacenters.

Daarnaast bevat de Europese AI Act verplich­tingen voor aanbie­ders van general-purpose AI-modellen om onder andere de bekende of geschatte energie­con­sumptie van hun modellen te documen­teren, binnen het toepas­se­lijke juridi­sche kader.

Dat laat zien dat de aandacht voor de milieu-impact van AI niet langer uitslui­tend een vrijwil­lige ambitie is.

Maar wette­lijke rappor­tage blijft een vertrekpunt.

Wij willen verder gaan dan uitslui­tend voldoen aan bestaande informatieverplichtingen.

De ambitie moet zijn om meetge­ge­vens actief te gebruiken voor verbetering.

Dat betekent dat een onder­ne­ming niet alleen jaarlijks rappor­teert hoeveel energie en water is verbruikt, maar gedurende het jaar kan analy­seren waarom het verbruik veran­dert, welke AI-workloads daarvoor verant­woor­de­lijk zijn en waar optima­li­satie mogelijk is.

Wanneer deze inzichten boven­dien worden gekop­peld aan finan­ciële resul­taten en opera­ti­o­nele presta­ties, kan rappor­tage uitgroeien tot een effec­tief managementinstrument.

Wij zien daarin een belang­rijke kans voor zowel Zirrow als Stich­ting Save Energy Foundation.

15. Een gezamenlijke ambitie: de ontwikkeling van een AI Performance & Sustainability Framework

Wij willen toewerken naar een integraal raamwerk dat econo­mi­sche presta­ties, AI-functi­o­na­li­teit en duurzaam­heid op een consis­tente wijze met elkaar verbindt.

Een mogelijk uitgangs­punt is een AI Perfor­mance & Sustai­na­bi­lity Framework.

Dit raamwerk moet voort­bouwen op bestaande inter­na­ti­o­nale standaarden en meetme­thoden, zoals ISO/​IEC 30134, de Europese datacen­ter­in­di­ca­toren en de bench­mar­king­me­tho­dieken van MLCommons.

De ontbre­kende verbin­ding ligt volgens ons vooral bij de koppe­ling tussen infra­struc­tuur­ver­bruik, AI-workloads, de kwali­teit van geleverde resul­taten en de finan­ciële waarde daarvan.

In de praktijk zien wij een gefaseerde ontwik­ke­ling voor ons.

Eerst moeten de bestaande meetge­ge­vens beschik­baar worden gemaakt en gevalideerd.

Vervol­gens kunnen we deze gegevens verbinden met AI-workloads en de bijbe­ho­rende kosten.

Daarna kunnen aanvul­lende KPI’s worden ontwik­keld voor succes­volle AI-taken, model­keuze, energie-effici­ëntie, waterim­pact en maatschap­pe­lijke waarde.

De volgende stap is het toetsen van deze KPI’s in werke­lijke klantom­ge­vingen, waarbij repro­du­ceer­baar­heid en onafhan­ke­lijke beoor­de­ling centraal staan.

Uitein­de­lijk willen wij toewerken naar een situatie waarin bedrijven niet meer uitslui­tend AI-capaci­teit inkopen, maar aantoon­baar effici­ënte en duurzame AI-presta­ties kunnen verge­lijken en beoordelen.

Daarbij moeten privacy, intel­lec­tueel eigendom, bedrijfs­ver­trou­we­lijke gegevens en cyber­se­cu­rity vanaf het begin worden gewaarborgd.

Voor het meten van AI-effici­ëntie is het meestal niet noodza­ke­lijk om vertrou­we­lijke prompts of bedrijfs­in­for­matie integraal beschik­baar te maken. In veel gevallen kunnen zorgvuldig gekozen techni­sche metadata, geaggre­geerde presta­tie­ge­ge­vens en gevali­deerde kwali­teits­in­di­ca­toren voldoende zijn.

16. Onze oproep: laten we AI niet alleen slimmer maken, maar ook aantoonbaar efficiënter

De ontwik­ke­ling van kunst­ma­tige intel­li­gentie is niet meer weg te denken uit onze samenleving.

De vraag is daarom niet of we AI moeten gebruiken, maar hoe we dat zo verant­woord en efficiënt mogelijk doen.

Wij geloven dat daar een enorme econo­mi­sche en maatschap­pe­lijke kans ligt.

Voor bedrijven betekent dit lagere en beter beheers­bare kosten, betere presta­ties, hogere benut­ting van bestaande inves­te­ringen en meer controle over hun AI-omgeving.

Voor datacen­te­r­ex­ploi­tanten betekent het meer inzicht in de relatie tussen infra­struc­tuur en IT-workloads, betere capaci­teits­plan­ning en de mogelijk­heid om duurzaam­heids­pres­ta­ties concreter te onderbouwen.

Voor AI-ontwik­ke­laars betekent het de mogelijk­heid om hun modellen te verbe­teren op basis van daadwer­ke­lijke presta­ties en hulpbronnengebruik.

Voor overheden betekent het betrouw­baar­dere infor­matie over de impact van digita­li­se­ring op energie, water, infra­struc­tuur en milieu.

En voor de samen­le­ving betekent het dat techno­lo­gi­sche vooruit­gang beter kan worden afgewogen tegen de middelen die daarvoor nodig zijn.

Met Zirrow willen wij de techni­sche mogelijk­heden ontwik­kelen om die presta­ties zicht­baar en contro­leer­baar te maken.

Met Stich­ting Save Energy Founda­tion willen wij bijdragen aan het onafhan­ke­lijke debat, de ontwik­ke­ling van breed toepas­bare meetme­tho­dieken en de maatschap­pe­lijke bewust­wor­ding rond efficiënt gebruik van digitale technologie.

Wij zien daarbij geen tegen­stel­ling tussen econo­mi­sche groei en duurzaamheid.

Integen­deel.

Wanneer we beter begrijpen welke AI-activi­teiten daadwer­ke­lijk waarde toevoegen en welke vooral middelen verbruiken, kunnen we beide doelstel­lingen dichter bij elkaar brengen.

De volgende stap in de ontwik­ke­ling van kunst­ma­tige intel­li­gentie zou daarom niet alleen moeten draaien om grotere modellen, snellere GPU’s en meer datacentercapaciteit.

Zij moet ook draaien om de vraag hoeveel waarde we daadwer­ke­lijk creëren met de finan­ciële middelen, energie, water en grond­stoffen die we inzetten.

Wat je meet, kun je verbe­teren. Wat je verbe­tert, moet je kunnen bewijzen.

En voor AI voegen wij daar een derde uitgangs­punt aan toe:

Wat je inves­teert en verbruikt, moet in verhou­ding staan tot de waarde die je daadwer­ke­lijk creëert.

Dat is de richting waarin Zirrow en Stich­ting Save Energy Founda­tion willen bijdragen aan een effici­ën­tere, trans­pa­ran­tere en duurza­mere AI-economie.

Marco Verzijl

Marco Verzijl

Marco Verzijl is voorzitter van de Save Energy Foundation en bestuurder bij Wcoolit BV en Zirrow BV

0 Reactie(s)

7 weergaven

0 Reactie(s)

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties gesloten

De reactiemogelijkheid is verlopen. (14 dagen)

Nieuwsbrief

Pin It on Pinterest

Share This