Eurofiber en Delft Networks hebben tussen Delft en Rotterdam een darkfiberverbinding gerealiseerd die geschikt is voor zogeheten Entanglement-Based Quantum Networks. De verbinding moet vooral als praktijktest dienen: de partijen willen onderzoeken of quantumverstrengeling betrouwbaar kan worden toegepast over bestaande glasvezelinfrastructuur. Daarmee komt een toekomstig quantuminternet weer een stap dichterbij.
Interessant aan het project is dat hiervoor geen volledig nieuw fysiek netwerk wordt aangelegd. De onderzoekers maken gebruik van bestaande glasvezelinfrastructuur van Eurofiber. Over een darkfiberverbinding kunnen de partijen experimenteren met het versturen en distribueren van quantumsignalen tussen Delft en Rotterdam.
Het uiteindelijke doel gaat daarbij verder dan het beveiligen van bestaande datacommunicatie. Delft Networks en Eurofiber willen onderzoeken hoe quantumgeheugens op verschillende locaties met elkaar kunnen worden verbonden en hoe zo’n verbinding gedurende langere tijd in stand kan worden gehouden.
Verstrengeling als basis voor een quantumnetwerk
Centraal in het project staat quantumverstrengeling, of *quantum entanglement*. Daarbij worden quantumtoestanden van twee deeltjes zodanig met elkaar verbonden dat metingen aan het ene systeem samenhangen met die aan het andere, ook wanneer beide zich op verschillende locaties bevinden.
Dat principe kan uiteindelijk worden gebruikt om quantumapparaten daadwerkelijk met elkaar te verbinden. Denk bijvoorbeeld aan quantumcomputers, zeer nauwkeurige sensoren en quantumklokken. In plaats van losse quantumsystemen ontstaan dan netwerken waarin verschillende quantumapparaten gezamenlijk kunnen functioneren.
Daarmee verschilt deze ontwikkeling ook van veel huidige projecten rond quantumveilige communicatie. Bij Quantum Key Distribution, of QKD, wordt quantumtechnologie bijvoorbeeld gebruikt voor het veilig distribueren van cryptografische sleutels. Eurofiber is al bij verschillende Nederlandse projecten op dit gebied betrokken, waaronder initiatieven in Rotterdam en verbindingen tussen datacenters.
Een entanglement-based quantumnetwerk gaat een stap verder. Verstrengeling wordt daarbij een netwerkresource die tussen verschillende nodes kan worden opgebouwd en verdeeld. Dat is een belangrijke bouwsteen voor wat uiteindelijk een volwaardig quantuminternet zou kunnen worden.
Van laboratorium naar operationeel glasvezelnetwerk
Juist daarom is de verbinding tussen Delft en Rotterdam interessant. Veel quantumexperimenten vinden plaats onder zorgvuldig gecontroleerde laboratoriumomstandigheden. Een operationeel telecomnetwerk stelt andere eisen.
De nieuwe verbinding wordt gebruikt om onder meer de prestaties, stabiliteit en schaalbaarheid van de distributie van quantumverstrengeling te onderzoeken. Daarbij spelen praktische problemen als signaalverzwakking en nauwkeurige synchronisatie een belangrijke rol. Ook moet de quantumtechnologie uiteindelijk kunnen worden geïntegreerd in infrastructuur die voldoet aan de eisen die telecomoperators aan hun netwerken stellen.
“Ons project laat zien hoe bestaande glasvezelinfrastructuur kan meegroeien om de volgende generatie quantumtechnologieën te ondersteunen”, zegt Marc Hulzebos, innovatiemanager bij Eurofiber. Volgens hem gaat het daarbij uiteindelijk om het combineren van klassieke netwerken en quantumnetwerktechnologie.
Ronald Hanson, CEO van Delft Networks, ziet vooral het belang van experimenteren buiten het laboratorium. Door quantumverstrengeling over operationele telecomnetwerken toe te passen, kunnen volgens hem de praktische beperkingen beter in kaart worden gebracht. Die kennis moet vervolgens helpen om de stap van onderzoek en ontwikkeling naar grootschaliger toepassing te maken.
Delft bouwt verder aan quantumexpertise
Delft Networks komt voort uit het Nederlandse quantumonderzoek. Het bedrijf werd in 2024 afgesplitst van QuTech aan de TU Delft en richt zich specifiek op technologie voor quantumnetwerken. Het team bouwt daarbij voort op onderzoek naar onder meer quantumverbindingen op basis van solid-state diamond qubits en software voor quantumnetwerknodes.
De verbinding met Rotterdam past tegelijkertijd in een bredere ontwikkeling in Zuid-Holland. In de Rotterdamse haven wordt bijvoorbeeld al langer geëxperimenteerd met quantumcommunicatie. In 2024 werd daar een schaalbaar quantumnetwerk gedemonstreerd waarbij een centrale quantumhub werd verbonden met eindpunten bij verschillende organisaties in de haven.
In juni 2026 ging bovendien het Quantum Communication Fieldlab Rotterdam van start. Daar worden quantumveilige communicatietechnologieën onder praktijkomstandigheden getest en gevalideerd, met bijzondere aandacht voor toepassing in kritieke en publieke infrastructuur.
De nieuwe Delft-Rotterdamverbinding voegt daar een andere dimensie aan toe. Waar veel bestaande projecten zich vooral richten op quantumveilige encryptie en QKD, draait het nieuwe project om het distribueren van quantumverstrengeling en uiteindelijk het koppelen van quantumapparaten.
Bestaande glasvezel krijgt nieuwe functie
Voor telecom- en infrastructuurspecialisten is vooral interessant dat de experimenten laten zien dat bestaande glasvezelinfrastructuur mogelijk een belangrijke rol kan krijgen in toekomstige quantumnetwerken. Een quantuminternet hoeft daarmee niet noodzakelijk te betekenen dat naast het huidige internet een compleet nieuwe fysieke glasvezelinfrastructuur moet worden aangelegd.
Wel zal nog veel technologie nodig zijn om dergelijke netwerken daadwerkelijk op grote schaal bruikbaar te maken. Het betrouwbaar distribueren van quantumtoestanden over grotere afstanden is technisch aanzienlijk ingewikkelder dan het transporteren van conventionele optische datasignalen.
De Delft-Rotterdamverbinding moet juist helpen duidelijk te maken waar die praktische grenzen liggen. Het project vormt daarmee vooral een volgende stap tussen experimentele quantumnetwerken in het laboratorium en quantumverbindingen die uiteindelijk onderdeel kunnen worden van reguliere telecominfrastructuur.
Het project krijgt financiële ondersteuning vanuit het Regional Quantum Program van QDNL Delft. Daarbij zijn onder andere de provincie Zuid-Holland, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de gemeenten Delft, Leiden, Rotterdam en Den Haag betrokken.

0 Reacties