Wie alleen kijkt naar het aantal aangesloten netwerken of de beschikbare poortcapaciteit bij grote Internet Exchange Points, zou kunnen denken dat de groei van peering begint af te vlakken. Vooral bij grote en volwassen internetknooppunten in Europa zijn de groeicijfers minder spectaculair dan enkele jaren geleden. Maar dat betekent niet dat peering aan belang verliest. Integendeel: de markt is vooral bezig aan een ingrijpende verandering.
Dat was de belangrijkste boodschap van Flavio Luciani, CTO van het Italiaanse internetknooppunt Namex, tijdens het European Peering Forum, dat op 14, 15 en 16 september in Parijs werd gehouden. Luciani presenteerde daar de resultaten van een uitgebreide studie naar de internationale peeringmarkt. De presentatie vormde een compacte versie van een veel omvangrijker onderzoek waarin samen met Namex-adviseur John Souter ontwikkelingen in Europa, Latijns-Amerika, Afrika, Azië-Pacific en Noord-Amerika zijn onderzocht (pdf).
Voor die studie is onder meer gebruikgemaakt van gegevens uit PeeringDB en de IXP Tracker van Internet Society. Daarnaast spraken de onderzoekers met organisaties en specialisten uit verschillende regio’s om opvallende ontwikkelingen in de cijfers beter te kunnen verklaren. Daarbij plaatsen zij zelf een belangrijke kanttekening: PeeringDB bevat door gebruikers onderhouden gegevens, waardoor wijzigingen soms met vertraging zichtbaar worden. Cijfers over aantallen deelnemers en capaciteit moeten daarom niet zonder meer als exacte realtime-metingen worden beschouwd.
De rol van peering
Peering is het rechtstreeks uitwisselen van internetverkeer tussen afzonderlijke netwerken. Normaal gesproken kan verkeer van het ene netwerk via een of meer andere netwerken naar zijn bestemming worden gebracht. Bij peering spreken twee netwerken af om verkeer rechtstreeks met elkaar uit te wisselen.
Internet Exchange Points, kortweg IXPs, spelen daarbij een belangrijke rol. Zij bieden een infrastructuur waarop veel verschillende netwerken kunnen aansluiten. Een internetprovider, cloudprovider, contentprovider of ander netwerk hoeft daardoor niet voor iedere partij een aparte fysieke verbinding te realiseren. Via zo’n exchange kan verkeer relatief rechtstreeks worden uitgewisseld.
Dat kan belangrijke voordelen hebben. Verkeer hoeft minder omwegen te maken, waardoor latency en transportkosten kunnen afnemen. Bovendien kan internetverkeer binnen een land of regio blijven in plaats van via buitenlandse netwerken te worden geleid.
Peering gebeurt overigens niet uitsluitend via de publieke infrastructuur van een IXP. Grote partijen kunnen ook een rechtstreekse verbinding met elkaar opzetten, een Private Network Interconnect of PNI. Daarnaast plaatsen grote contentproviders steeds vaker caches binnen de netwerken van internetproviders. Een deel van het internetverkeer dat vroeger zichtbaar over een publiek IXP liep, wordt daardoor tegenwoordig op een andere manier afgehandeld.
Is peering aan het verdwijnen?
Precies daar ontstaat volgens Luciani een verkeerd beeld van de markt. In de sector klinkt volgens hem nog wel eens de vraag of publieke peering en IXPs aan relevantie verliezen. Daar lijken op het eerste gezicht argumenten voor te zijn. Bij sommige grote exchanges groeit het aantal deelnemers minder snel, terwijl ook de groei van de aangesloten capaciteit afvlakt. Tegelijkertijd neemt het gebruik van PNI’s, caching en edge-infrastructuren toe.
De cijfers geven echter een ander beeld wanneer ze over een langere periode en wereldwijd worden bekeken. Volgens de gegevens die Luciani tijdens het European Peering Forum presenteerde, nam het aantal IXPs wereldwijd tussen augustus 2024 en augustus 2026 toe van 948 naar 1079. Dat komt neer op een groei van ongeveer 14 procent in twee jaar.
De kern van zijn analyse is dan ook niet dat de peeringmarkt krimpt, maar dat deze structureel verandert. Publieke peering, PNI’s, caching en edge-architecturen bestaan steeds vaker naast elkaar. Tegelijkertijd blijft de wereldwijde vraag naar connectiviteit, content en digitale diensten groeien. Traditionele meetmethoden zoals aantallen aangesloten Autonomous Systems, leden en beschikbare poortcapaciteit laten daardoor nog maar een deel van de werkelijkheid zien.
Minder groei bij volwassen Europese knooppunten
Dat is goed zichtbaar in Europa. Londen, Amsterdam en Frankfurt behoren tot de grootste en meest volwassen interconnectiehubs ter wereld. Juist bij dergelijke volwassen markten is het volgens de studie niet vreemd dat de spectaculaire groei uit eerdere ontwikkelingsfasen afneemt.
In Nederland was bijvoorbeeld sprake van een lichte terugval, waarna de trend eind 2024 weer begon te herstellen. Duitsland laat volgens het onderzoek vooral een stabiel beeld zien: weinig groei, maar evenmin een duidelijke daling. De onderzoekers waarschuwen daarbij dat de situatie in een heel land niet op basis van slechts enkele grote IXPs kan worden beoordeeld.
Interessant is bovendien dat het aantal deelnemers niet alles zegt over de hoeveelheid verkeer. Bij het Britse LONAP lag het gemiddelde dagelijkse verkeer in 2021 bijvoorbeeld tussen 300 en 400 Gbps. In 2025 lag dat regelmatig boven 1 Tbps. Het verkeer groeide daar dus veel sneller dan het aantal aangesloten deelnemers.
Dat sluit aan bij een bredere ontwikkeling die Luciani signaleert: internetverkeer concentreert zich steeds sterker bij een relatief klein aantal grote content- en cloudproviders. Tegelijkertijd neemt de hoeveelheid verkeer per netwerk toe. Een IXP kan daardoor qua deelnemersaantal nauwelijks groeien, terwijl de aangesloten netwerken wel steeds grotere hoeveelheden data uitwisselen.
PNI’s en caching veranderen het beeld
Een andere belangrijke ontwikkeling is de opkomst van rechtstreekse verbindingen. Voor grote hoeveelheden verkeer kan een PNI economisch en technisch aantrekkelijker zijn dan verkeer over een publieke exchange. Ook caching speelt een steeds grotere rol. Content wordt daarbij binnen of dichter bij het netwerk van de internetprovider geplaatst, zodat bijvoorbeeld populaire videostreams niet iedere keer opnieuw over langere afstanden hoeven te worden opgehaald.
Volgens de onderzoekers betekent dit niet dat publieke peering wordt vervangen. Er ontstaat eerder een nieuwe hiërarchie. Publieke peering blijft aantrekkelijk om relatief eenvoudig met een groot aantal verschillende netwerken verkeer uit te wisselen. Voor zeer grote verkeersstromen worden PNI’s ingezet, terwijl caching content dichter bij gebruikers brengt. Edge-infrastructuren voegen daar vervolgens steeds meer lokaal beschikbare rekenkracht aan toe.
Een interessant detail uit de studie is dat het in Rome gevestigde Namex en het Britse LINX hun leden ook helpen bij het realiseren van PNI’s. Beide organisaties weten daardoor uit eigen gegevens dat via dergelijke private verbindingen aanzienlijk meer verkeer loopt dan via hun publieke peeringplatforms. Volgens de onderzoekers doet dat echter niets af aan het belang van publieke peering, omdat daarmee een veel bredere groep netwerken kan worden bereikt.
Groei verschuift naar andere delen van de wereld
Terwijl sommige volwassen Europese markten stabiliseren, vindt elders juist stevige groei plaats. Luciani wijst onder meer op Afrika, delen van Azië en Latijns-Amerika. Tijdens zijn presentatie liet hij bijvoorbeeld sterke groeicurves zien voor Kenya en Nigeria, maar ook voor de Filipijnen, Indonesië, Japan, Mexico, Colombia en Peru.
De uitgebreide studie laat zien hoe groot de regionale verschillen kunnen zijn. Kenya IXP telt inmiddels meer dan honderd aangesloten netwerken en verwerkt pieken van bijna een halve terabit per seconde. In Nigeria zijn eveneens meer dan honderd Autonomous Systems aangesloten en is het verkeer inmiddels tot boven 1 Tbps gegroeid.
Volgens Luciani zijn voor het succes van een IXP enkele factoren steeds opnieuw belangrijk. Een concurrerende en geliberaliseerde telecommarkt is een voorwaarde voor het ontstaan van een gezond peeringecosysteem. Daarnaast spelen lokale vraag naar content, bevolkingsomvang en de aanwezigheid van carrier-neutrale datacenters een belangrijke rol. IXPs en datacenterecosystemen ontwikkelen zich volgens de studie vaak in samenhang met elkaar.
Van internetknooppunt naar interconnectieplatform
Daarmee verandert ook de functie van een IXP. Waar een Internet Exchange Point ooit vooral kon worden gezien als een technische voorziening voor het uitwisselen van verkeer tussen internetproviders, ontstaat nu een veel breder interconnectieplatform.
Nieuwe deelnemers komen bovendien uit andere sectoren. Banken, verzekeraars, industriële ondernemingen, overheden, zorgorganisaties, transportbedrijven en logistieke dienstverleners hebben eveneens belang bij directe, betrouwbare en voorspelbare verbindingen. Volgens de studie verschuift het model daardoor van een relatief lineaire internetketen naar een veel complexer hub-and-spoke-model.
“Opvallend is dat de studie peering ook nadrukkelijk koppelt aan digitale soevereiniteit en weerbaarheid”
In zijn presentatie in Parijs koppelde Luciani dat aan een groeiende vraag naar security, resilience en geavanceerde interconnectiediensten. IXPs ontwikkelen zich daarmee van pure verkeersknooppunten tot bredere infrastructuurplatforms.
Lokaal internetverkeer krijgt strategische waarde
Opvallend is dat de studie peering ook nadrukkelijk koppelt aan digitale soevereiniteit en weerbaarheid. Wanneer verkeer lokaal kan worden uitgewisseld, vermindert de afhankelijkheid van internationale verbindingen. Dat kan belangrijk zijn wanneer kabels of internationale verbindingen uitvallen of wanneer geopolitieke omstandigheden toegang tot infrastructuur buiten een land bemoeilijken.
De onderzoekers verwachten daarom dat lokale infrastructuur, hosting binnen het eigen land en binnenlandse IXPs opnieuw strategisch belangrijker worden. De waarde van een exchange moet volgens hen niet uitsluitend worden beoordeeld aan de hand van het aantal terabits dat erdoorheen stroomt. Ook de mogelijkheid om lokaal verkeer af te handelen, redundantie te bieden en essentiële diensten bereikbaar te houden telt mee.
Daar komt de ontwikkeling van edge computing nog bij. AI, IoT, augmented reality, autonome voertuigen en smart-citytoepassingen vragen in veel gevallen om lage latency en verwerking dicht bij de gebruiker. De onderzoekers voorzien daarom ruimte voor meer lokale ‘micro-IXPs’ en aanvullende edge-infrastructuur.
De conclusie van Luciani’s onderzoek is daarmee duidelijk: wie de gezondheid van de peeringmarkt uitsluitend probeert af te lezen aan de groei van enkele grote Europese exchanges, mist een belangrijk deel van de ontwikkeling. Peering verdwijnt niet, maar verandert van vorm. Verkeer wordt verdeeld over publieke exchanges, private verbindingen, caches en edge-infrastructuren. Tegelijkertijd verschuift een deel van de groei naar regio’s waar lokale internetecosystemen nog volop in ontwikkeling zijn.
IXPs krijgen daardoor een bredere functie. Naast het efficiënt uitwisselen van internetverkeer spelen lokale connectiviteit, redundantie, security en digitale weerbaarheid een steeds grotere rol. Zoals Luciani het in zijn conclusies samenvat: de huidige ontwikkelingen wijzen eerder op een structurele evolutie van de peeringmarkt dan op een crisis van het publieke peeringmodel.

0 Reacties