De digital twin staat in de datacenterwereld op het punt een nieuwe fase in te gaan. Tot nu toe wordt de technologie vaak vooral geassocieerd met ontwerpsoftware, 3D-modellen en simulaties van bijvoorbeeld luchtstromen en temperaturen. Het Open Compute Project (OCP) schetst in een nieuwe whitepaper echter een aanzienlijk bredere toekomst. Digital twins moeten zich ontwikkelen tot levende digitale modellen die gedurende de volledige levenscyclus van een datacenter worden gebruikt: van ontwerp en bouw tot capaciteitsplanning, dagelijkse operatie, energieoptimalisatie en uiteindelijk zelfs voorspellend beheer.
Die ontwikkeling is vooral interessant omdat datacenters technisch steeds complexer worden. AI-systemen brengen veel hogere vermogensdichtheden met zich mee, vloeistofkoeling doet op grotere schaal zijn intrede en tegelijkertijd worden eisen rond energiegebruik, waterverbruik, beschikbaarheid en duurzaamheid steeds strenger. Een operator moet daardoor voortdurend kunnen overzien hoe veranderingen in het ene technische domein doorwerken in andere delen van de infrastructuur.
Juist daarvoor ziet OCP een belangrijke rol voor digital twins. Het initiatief wil een open en interoperabel ecosysteem creëren waarin modellen van gebouwen, elektrische infrastructuur, koelinstallaties, IT-hardware en duurzaamheid uiteindelijk gegevens met elkaar kunnen uitwisselen. Het doel is nadrukkelijk niet één groot softwarepakket, maar een verzameling digitale modellen die samen steeds nauwkeuriger weergeven hoe een fysiek datacenter zich gedraagt.
Van digitale kopie naar levend model
Het begrip digital twin wordt nogal eens ruim gebruikt. Een CAD-model, Building Information Model of digitale plattegrond wordt soms al als digital twin gepresenteerd. In de visie die OCP beschrijft, gaat het echter om iets anders.
Een volwaardige digital twin heeft een relatie met een werkelijk fysiek systeem en wordt gevoed met gegevens uit die omgeving. Sensorinformatie, telemetrie, configuratiegegevens en historische data zorgen ervoor dat het digitale model voortdurend kan worden aangepast aan de situatie in het fysieke datacenter.
Het cruciale verschil zit daarmee in de dynamiek. Een traditioneel model laat zien hoe een installatie is ontworpen. Een digital twin moet steeds beter kunnen laten zien hoe die installatie zich op dit moment gedraagt, waarom dit gebeurt en mogelijk zelfs wat er in de komende minuten, uren of maanden gaat gebeuren.
Onderzoek naar digital twins voor datacenters beschrijft bijvoorbeeld hoe gegevens uit netwerkverkeer, IT-systemen, temperatuur- en vochtigheidssensoren en facilitaire systemen kunnen worden samengebracht in één digitaal model. Dat opent de deur naar voorspellingen over temperatuur, stroomgebruik en de invloed van veranderingen in de configuratie. Dat maakt de digital twin potentieel veel interessanter voor operators dan een statische visualisatie.
AI maakt de behoefte aan digital twins groter
De timing van het OCP-initiatief is niet toevallig. De snelle opkomst van AI zorgt ervoor dat bestaande ontwerp- en beheermethoden steeds verder onder druk komen te staan. Een traditioneel datacenter kende weliswaar aanzienlijke verschillen tussen workloads, maar de vermogensdichtheid per rack bleef doorgaans binnen relatief voorspelbare grenzen. Met clusters van GPU’s en andere AI-accelerators verandert dat beeld. Grote hoeveelheden elektrisch vermogen worden op een veel kleiner oppervlak geconcentreerd, terwijl ook de hoeveelheid warmte die moet worden afgevoerd sterk toeneemt.
Daarbij komt dat organisaties steeds vaker verschillende koeltechnologieën naast elkaar gebruiken. Luchtkoeling kan gecombineerd worden met rear-door heat exchangers, direct-to-chip liquid cooling of andere vormen van vloeistofkoeling. Ook de elektrische infrastructuur verandert wanneer vermogens per rack toenemen. OCP noemt AI/ML-datacenters daarom expliciet als een van de omgevingen waar digital twins moeten helpen om infrastructuur nauwkeuriger en sneller te ontwerpen, implementeren en beheren.
Een digitale twin kan bijvoorbeeld worden gebruikt voordat een nieuw GPU-cluster daadwerkelijk wordt geplaatst. De operator kan het verwachte vermogen, de positie van de racks en het type koeltechnologie invoeren en vervolgens simuleren wat de gevolgen zijn voor het totale systeem. Kan de elektrische infrastructuur de extra belasting verwerken? Ontstaan op bepaalde plaatsen thermische knelpunten? Is de capaciteit van pompen, warmtewisselaars of koelmachines voldoende? Welke invloed heeft de uitbreiding op redundantie? En wat gebeurt er wanneer tegelijkertijd een deel van de infrastructuur uitvalt? In plaats van die vragen afzonderlijk te beantwoorden, kan een digital twin de onderlinge relaties zichtbaar maken.
Het datacenter is één technisch systeem
Dat laatste is wellicht de belangrijkste gedachte achter de aanpak van OCP. Een modern datacenter bestaat organisatorisch vaak uit verschillende technische werelden. IT-teams beheren servers en workloads. Facilityteams kijken naar koeling, elektriciteit en gebouwinstallaties. DCIM-platformen registreren capaciteit en apparatuur. Building Management Systems verzamelen gegevens over technische installaties. Daarnaast beschikken apparatuurleveranciers over hun eigen monitoring- en beheersystemen.
Fysiek zijn al deze systemen echter nauw met elkaar verbonden. Een GPU die meer rekenwerk uitvoert, gebruikt meer elektriciteit. Dat elektrische vermogen wordt vrijwel volledig omgezet in warmte. Daardoor verandert de belasting van het koelsysteem. Pompen, ventilatoren en koelinstallaties moeten daarop reageren en gebruiken daarbij zelf weer extra energie.
De locatie van servers en racks speelt eveneens een rol. Een theoretisch beschikbare hoeveelheid koelvermogen betekent immers niet automatisch dat dit koelvermogen op de juiste plaats en op het juiste moment beschikbaar is. OCP wil digital twins daarom inzetten voor simulatie, analyse en predictive modeling van onder meer power, cooling, ruimtegebruik en de prestaties van IT-apparatuur. Die verschillende domeinen moeten uiteindelijk steeds meer als één systeem kunnen worden geanalyseerd.
Eerst digitaal veranderen, daarna fysiek
Een van de aantrekkelijkste toepassingen daarvan is wat-if-analyse. Datacenterbeheerders zijn traditioneel voorzichtig met veranderingen. Daar is een goede reden voor: in een bedrijfskritische omgeving kan een verkeerde instelling of slecht voorspelde technische aanpassing direct gevolgen hebben voor beschikbaarheid.
Met een voldoende betrouwbare digital twin ontstaat de mogelijkheid om wijzigingen eerst virtueel uit te voeren. Wat gebeurt er wanneer een rij racks anders wordt ingericht? Wat is het effect wanneer de temperatuur van het koelwater wordt verhoogd? Hoe verandert het energiegebruik wanneer bepaalde workloads worden verplaatst? Kan een hogere watertemperatuur worden gebruikt om restwarmte beter bruikbaar te maken zonder dat hierdoor de thermische marges van IT-apparatuur te klein worden?
Dezelfde aanpak kan worden gebruikt voor grotere investeringsbeslissingen. Een operator die overweegt een bestaand datacenter geschikt te maken voor AI kan verschillende ontwerpen digitaal vergelijken voordat daadwerkelijk leidingen, power distribution units of koelinstallaties worden aangepast. Daarmee verschuift de digital twin van visualisatietool naar beslissingsinstrument.
Ook storingen kunnen virtueel worden nagebootst
Misschien nog belangrijker is het gebruik van digital twins voor resilience. Een datacenter wordt ontworpen om storingen op te kunnen vangen, maar veel scenario’s kunnen in een operationele omgeving maar beperkt worden getest. Het bewust uitschakelen van kritische technische systemen om te kijken wat er gebeurt, brengt immers risico’s met zich mee.
In een digital twin bestaat die beperking veel minder. OCP noemt onder meer fault prediction, het virtueel testen van failure scenarios en het verbeteren van disaster-recoveryplanning als toepassingsgebieden.
Een operator zou bijvoorbeeld kunnen simuleren wat er gebeurt wanneer een koelunit uitvalt terwijl een AI-cluster vrijwel volledig wordt belast. Het digitale model kan vervolgens laten zien hoe de temperatuur zich waarschijnlijk ontwikkelt, hoeveel tijd beschikbaar is voordat kritische grenzen worden bereikt en welke alternatieve maatregelen het meest effectief zijn.
Hetzelfde geldt voor elektrische storingen. Wat gebeurt er bij het verlies van een voedingspad? Hoe verschuift de belasting naar redundante systemen? Ontstaan vervolgens ergens anders capaciteitsproblemen? Daarmee kan resilience veel dynamischer worden benaderd dan alleen via ontwerpberekeningen en vaste redundantiecategorieën.
De volgende stap: voorspellen wat nog niet is gebeurd
De interessantste ontwikkeling ontstaat wanneer digital twins worden gecombineerd met machine learning. Een twin hoeft dan niet alleen weer te geven wat er op dit moment gebeurt. Op basis van historische en actuele data kan het systeem ook toekomstige situaties voorspellen.
Onderzoek naar HPC-datacenters laat bijvoorbeeld zien hoe machine-learningmodellen kunnen worden gebruikt om temperatuur- en energiegerelateerde waarden vooruit te berekenen. Zo kan een model voorspellen dat de temperatuur van een bepaalde node bij gelijkblijvende omstandigheden binnen een bepaalde periode waarschijnlijk een kritische waarde bereikt.
Dat verandert de manier waarop een operator kan reageren. Traditionele monitoring genereert een alarm wanneer een grenswaarde wordt overschreden. Predictive monitoring probeert te signaleren dat die overschrijding waarschijnlijk gaat plaatsvinden. Een digital twin kan daar nog een derde stap aan toevoegen: digitaal testen welke maatregel het beste resultaat oplevert.
Moet bijvoorbeeld de ventilatorsnelheid omhoog? Moet een workload worden verplaatst? Kan het debiet in een vloeistofkoelcircuit worden veranderd? Of is het efficiënter om capaciteit elders beschikbaar te maken? Het digitale model kan verschillende scenario’s vergelijken voordat een besturingssysteem of operator daadwerkelijk ingrijpt.
Van digital twin naar closed loop
Daarmee komt uiteindelijk ook een verdergaande toepassing in beeld: een gesloten regelkring tussen het fysieke datacenter en zijn digitale twin. Aan de ene kant leveren sensoren en beheersystemen continu informatie aan het digitale model. De twin analyseert deze gegevens, voorspelt toekomstige situaties en berekent mogelijke optimalisaties. Aan de andere kant kunnen aanbevelingen of zelfs instellingen worden teruggestuurd naar fysieke systemen.
OCP spreekt in zijn initiatief nadrukkelijk over realtime-optimalisatie van operationele efficiëntie, energiegebruik en resource utilization door een continue koppeling tussen fysieke systemen en digitale modellen. Daarmee zou de digital twin uiteindelijk onderdeel kunnen worden van de besturingsarchitectuur van het datacenter.
Dat betekent overigens niet noodzakelijk dat software zelfstandig alle installaties bestuurt. Er zijn verschillende niveaus van automatisering denkbaar. Een twin kan uitsluitend advies geven aan operators, wijzigingen ter goedkeuring voorleggen of binnen nauwkeurig afgebakende marges zelfstandig instellingen aanpassen. Voor bedrijfskritische infrastructuur zullen betrouwbaarheid, validatie en duidelijk vastgelegde grenzen daarbij vanzelfsprekend essentieel zijn.
Duurzaamheid wordt eveneens een modelleerprobleem
OCP koppelt digital twins ook nadrukkelijk aan duurzaamheid. Daarbij gaat het verder dan alleen het optimaliseren van PUE. Het initiatief noemt energie- en watergebruik, lifecycle assessments, circulariteit en het hergebruik van restwarmte. Ook hier kan vooral de mogelijkheid om scenario’s te vergelijken interessant worden. Stel dat een operator het koelwater op een hogere temperatuur wil laten functioneren om restwarmte eenvoudiger te kunnen leveren aan een warmtenet. Met een digital twin kan worden onderzocht wat dit betekent voor temperaturen van chips, pompcapaciteit, koelvermogen en energiegebruik.
Ook verschillende uitbreidingsscenario’s kunnen op duurzaamheid worden beoordeeld. Is het bijvoorbeeld efficiënter om binnen een bestaande faciliteit hogere rackdichtheden toe te staan of extra datacenterruimte te bouwen? Welke gevolgen hebben verschillende koelarchitecturen voor water- en elektriciteitsgebruik? Een digital twin kan daarmee een verbindende laag vormen tussen operationele optimalisatie en duurzaamheidsanalyse.
Het grootste probleem is niet modelleren, maar data uitwisselen
Er zit echter een belangrijke voorwaarde aan deze visie. Een datacenter kan alleen als integraal systeem digitaal worden gemodelleerd wanneer systemen informatie met elkaar kunnen uitwisselen. Juist daar ligt momenteel een groot probleem. Hardwareleveranciers, softwarebedrijven, DCIM-platformen, koeltechnologie, gebouwbeheersystemen en elektrische installaties gebruiken allemaal verschillende datamodellen en interfaces.
Een temperatuur van 30 graden is op zichzelf simpel. Maar een digital twin moet ook weten waar die temperatuur is gemeten, welk fysiek component erbij hoort, welke andere componenten daarvan afhankelijk zijn en hoe de meting zich verhoudt tot bijvoorbeeld workload, koelwaterdebiet en elektrisch vermogen.
Daarvoor zijn semantiek en gemeenschappelijke datamodellen minstens zo belangrijk als sensoren. Dat verklaart waarom OCP standaardisatie centraal stelt in het initiatief. De organisatie wil open standaarden en specificaties ontwikkelen voor data interchange, datamodellen, interfaces en communicatieprotocollen. Modellen moeten bovendien tussen verschillende digital-twinapplicaties kunnen worden uitgewisseld.
Vendor lock-in ligt ook bij digital twins op de loer
Dat open karakter is niet alleen technisch belangrijk. Wanneer een operator jarenlang data verzamelt en zeer gedetailleerde digitale modellen van een datacenter opbouwt, vertegenwoordigen die modellen grote operationele waarde. Als al die informatie uitsluitend bruikbaar is binnen het platform van één softwareleverancier, kan een nieuwe vorm van vendor lock-in ontstaan. OCP noemt het voorkomen daarvan expliciet als reden om uitwisselbare datamodellen te ontwikkelen.
Een open ecosysteem zou het bijvoorbeeld mogelijk moeten maken om een thermisch model in de ene applicatie te ontwikkelen en gegevens daarvan in een andere omgeving te gebruiken voor capaciteitsplanning of duurzaamheidsanalyse. Daarmee wordt interoperabiliteit een voorwaarde voor de schaalbaarheid van digital twins.
Niet één twin, maar meerdere gekoppelde twins
Interessant is bovendien dat OCP niet noodzakelijk uitgaat van één gigantisch digitaal model van een compleet datacenter. Binnen het initiatief worden verschillende categorieën onderscheiden. De eerste focus ligt onder meer op digital twins van datacenterfaciliteiten, IT-hardware en environmental & sustainability twins.
Dat wijst op een architectuur waarin verschillende gespecialiseerde twins naast elkaar kunnen bestaan. Een fabrikant kan bijvoorbeeld een digitaal model van een server, accelerator of rack leveren. Een leverancier van koeltechnologie kan een twin van zijn installatie aanbieden. De datacenteroperator beschikt ondertussen over een model van de volledige faciliteit. Wanneer die modellen dezelfde definities en interfaces gebruiken, kunnen ze aan elkaar worden gekoppeld. Dat is in de praktijk waarschijnlijk realistischer dan proberen één leverancier een perfect model van alle mogelijke technische domeinen te laten ontwikkelen.
Ook hardwareleveranciers krijgen hierdoor een andere rol
Dat heeft interessante gevolgen voor fabrikanten. In een toekomstig digital-twin-ecosysteem zou bij een fysiek product niet alleen technische documentatie kunnen worden geleverd, maar ook een digitaal model dat het gedrag van dat product beschrijft.
Bij een server kan dat bijvoorbeeld informatie bevatten over elektrisch vermogen, warmteproductie, airflow of het gedrag bij verschillende workloads. Voor een koelinstallatie kan een model beschrijven hoe capaciteit en efficiëntie veranderen bij verschillende temperaturen en belastingen.
OCP wil juist samenwerking tussen datacenteroperators, hardwarefabrikanten, softwareontwikkelaars en onderzoeksorganisaties stimuleren. Open reference designs, whitepapers, tools en methodieken moeten vervolgens de toepassing van de technologie vereenvoudigen. Wanneer dat lukt, wordt een digital twin steeds minder iets dat een operator volledig zelf moet bouwen.
De digital twin wordt onderdeel van de infrastructuur
Daarmee ontstaat uiteindelijk een veel breder beeld van digital twins dan we tot nu toe vaak in datacenters zien. De eerste generatie digitale modellen hielp vooral ontwerpers begrijpen hoe lucht, warmte en energie zich door een datacenter bewegen. De volgende generatie kan steeds meer operationele data opnemen. Daarna komen predictive analytics, AI en automatische optimalisatie in beeld. De digital twin verandert daarmee geleidelijk van een model van het datacenter in technologie binnen het operationele datacenter.
Dat is met name relevant nu infrastructuren dynamischer worden. AI-clusters brengen hoge en sterk geconcentreerde belastingen met zich mee. Elektriciteitsnetten hebben in veel regio’s beperkte capaciteit. Operators willen energie zo efficiënt mogelijk gebruiken en tegelijkertijd beschikbare capaciteit maximaal benutten. Nieuwe koelmethoden moeten worden gecombineerd met bestaande infrastructuur.
Bij al deze vraagstukken geldt hetzelfde probleem: het is steeds moeilijker om veranderingen in één technisch onderdeel los te zien van de rest van het systeem. Precies daar ligt de belangrijkste belofte van de digital twin zoals OCP die voor zich ziet. Niet een fraaie digitale weergave van racks en koelinstallaties, maar een technisch model waarmee beheerders kunnen begrijpen wat er gebeurt, voorspellen wat er gaat gebeuren en testen wat de beste reactie daarop is.
Als open standaarden en interoperabiliteit voldoende van de grond komen, kan de digital twin daarmee uitgroeien tot een nieuwe digitale besturingslaag over het datacenter: tussen IT, power, cooling en facility management in. En juist nu AI de dichtheid en complexiteit van datacenters snel verhoogt, kan zo’n integrale kijk op de infrastructuur steeds minder een luxe en steeds meer een praktische noodzaak worden.

0 Reacties